vrijdag 21 februari 2014

Jonathan* - 10 dingen



1. Tja. Ondanks dat we je al 10 jaar missen, kan ik best 10 dingen over je schrijven.

2. Dat 'missen' is onderdeel van ons leven geworden, en dat betekend voor mij, voor ons, dat het niet altijd pijn meer doet om aan je te denken, bij je grafje te komen of je naam te noemen. Het zijn momenten, dat het wel zo is. Bijv. toen we zondag gingen wandelen in het bosje bij Den Inkel, je kleinste zusje in de drager op m'n buik, je andere zusjes waren paardje aan het spelen een stukje verderop. Papa liep naast mij en je tweelingbroer ook. Af en toe liep hij even de bossen in, maar verder liep hij bij ons. Hij zei: 'Ik wou wel dat *naam** hier ook was, dan zou ik samen met hem alle bomen waar je in kan klimmen uit testen. Met jullie kan dat niet'.
*Boem*
Dát is dus zo'n moment. Dan voel ik meteen zo'n niet-te-omschrijven-gevoel-van-gemis in m'n hart. Ik spreek het niet altijd uit, maar nu deed ik dat wel.
Papa wist meteen wat ik bedoelde, en Job had het 2 seconden later door.
We zwegen, en het hele bos ademde even jouw gemis.
Even ja.
Want daarna gaat het leven weer door.
Dat is goed.
Je bent er, even, en toch ook weer niet.
Je was er even, in onze gezamenlijke stilte.
We praatten door over wat Job zei, en wat hij dan zou doen enzo en wat er leuk was aan in de bossen spelen.

(**Met *naam* speelde hij vorig jaar best veel, vaak in de bossen vlakbij ons huis, maar nu ziet hij hem niet veel meer omdat hij al naar het voortgezet onderwijs is gegaan.)

3. Je hebt ongeveer 14 uur geleefd buiten mijn buik; iets meer dan een halve dag.
Ik heb daar heel weinig van mee gekregen; alles bij elkaar nog geen uur.
Zo jammer.
Dat vind ik nog steeds één van de verdrietigste dingen.
Dat, én dat ik je nooit in m'n armen heb gehouden.
Ik troost mezelf dan met dat ik je maanden heb gekoesterd in m'n buik...

4. Door jou, zijn we de Compassion sponsors van een Jonathan die in de Dominicaanse Republiek woont. Zo zorgen we toch nog een klein beetje, op afstand, voor een Jonathan.
In 2009 heb ik hem bezocht. Inmiddels is hij al 14 jaar en heeft hij nog een zusje gekregen. (hij had al 3 broertjes en een zusje) Vorige week kreeg ik nog een brief van hem, en daar zat ook een brief bij die geschreven was door zijn moeder. Ze reageerde op de geboorte van je zusje, en als ik de brief las kreeg ik heimwee naar haar. 
(ze heeft nog maar 1 brief geschreven sinds ik je heb bezocht, het is dus geen gewoonte ofzo)
Ze noemt me nog steeds haar 'zus'.

5. We hebben al jaren niet (meer) in je fotoboek gekeken.
Ergens wil ik het wel weer eens, maar ik wacht een beetje op een goed moment.
Ik denk nl dat het ons (met name je broer en zusjes) best wel wat zal doen om het te zien. Vooral nu ook met de kleine Michal waar ze zo van houden...

6. Een dag na de geboorte van je zusje Michal beseften we opeens dat Jonathan en Michal in de Bijbel, ook broer en zus waren.

7. Lichtblauw, zoals de lucht, is nog steeds 'jouw kleur'.
Je grafsteentje is ook blauw.

8. Jij en je broer zijn/waren een medisch raadsel. De aandoening die jij had wordt altijd al bij de 20 weken echo ontdekt; kindjes met het syndroom van Potter (geen nieren en blaas) hebben dan meestal (bijna) geen vruchtwater meer. Jouw vruchtwater werd pas met 34 weken minder, en bij 36 weken was het op, en werden jullie gehaald. 
De enige verklaring is dat Job z'n vruchtwater met jou gedeeld en/of uitgewisseld heeft.
Ik ken een verhaal van een andere tweeling, waar bij de 20 weken echo het ene kindje wel minder vruchtwater had dan de andere; dat was een twee-eiige tweeling. Jullie waren een-eiig. Dat geloofden de artsen niet na de geboorte; want hoe kan het dan dat Job geen Potter had? Maar uit een bloedtest bleek dat het echt om een een-eiige tweeling ging. Waarschijnlijk is het na de celdeling, in jouw vroege ontwikkeling misgegaan...

9. Je droeg een wit broekje en truitje in je mandje. En wit met lichtblauwe sokjes. Het tweede paar daarvan, van Job, staan hier nog altijd in de kast, bij je foto.

10. Op je begrafenis sprak de voorganger over de woorden uit Psalm 139:
'U was het die mijn nieren vormde,
die mij weefde in de buik van mijn moeder.
Ik loof u voor het ontzaglijke wonder van mijn bestaan,
wonderbaarlijk is wat u gemaakt hebt.
Ik weet het, tot in het diepst van mijn ziel.'
Dat was een keuze van het hart, want wat sprak de werkelijkheid, 
voor zover ons oog reikte, die tekst tegen.
Toch wist ik, tot in het diepst van mijn ziel, dat het waar was, en dat God goed is.
Het voelde niet altijd zo, maar ik wist het wel.
Maar ik heb me nog nooit zo verscheurd gevoeld, als aan jou graf.
Nu, 10 jaar later, ben ik zo blij met die keus om te blijven vertrouwen.
Omdat ik geloof en heb gemerkt dat als je tot God nadert, Hij tot jou nadert.
Onze trouwtekst van het drie-voudige snoer is de jaren daarop sterk onder spanning komen te staan, door het verschillend rouwen om jou.
Maar nu, 10 jaar later, zie ik dat die tekst van je begrafenis een soort kruispunt was.
Alles is Gods genade.
En jouw korte bestaan, en alles daarom heen, ook.

Naar een idee van Francine en die had het weer van Ali Edwards ;-)

5 opmerkingen:

Unknown zei

Ach meis.. ik ben helemaal stil van je verhaal en slik 'n brok weg uit m'n keel.

Hug from me!

Anoniem zei

prachtig

Anoniem zei

Mooi, ben ontroerd.

Anoniem zei

Ontroerend mooi!

Lentebloemen zei

Ik ben er stil van Sandra...