zaterdag 29 februari 2020

Terugreis

Op vrijdag moesten we vroeg uit de veren, want om 6 uur moesten we de koffers bij de bus afgeven; we hadden een lange reis dag voor de boeg.

Inmiddels had ik helaas reizigersdiarree gekregen, dus ik had niet veel trek. Ik at wat verse ananas en meloen, nam 2 tabletten immodium in, en daarna gingen we op weg.

We reisden vanuit Lira terug naar Kampala, de reis ging, voor Afrikaanse begrippen, vrij voorspoedig, na ongeveer 6 uur rijden kwamen we aan in Kampala. De immodium deed gelukkig z'n werk, ook al hou ik niet van pillen slikken, het is wel fijn tijdens het reizen dat dat even onderdrukt wordt...

We gingen lunchen. Het was op een beveiligd terrein, waar een winkelcentrum was. Daar was een soort La Place, en daar gingen we eten. Het was heerlijk. Heel gek, je had in het restaurant bijna het idee dat je weer in europa was, zo westers deed het aan.

Daarna reden we naar een lokaal marktje om wat souvenirs te kopen, en aansluitend aten we ergens nog wat.

Toen was het echt tijd om naar de luchthaven Entebbe te vertrekken, voor de nachtvlucht naar Nederland. Om half 12 gingen we de lucht in, en om 6 uur de andere morgen landen we veilig op Schiphol.

Ik reed mee met m'n vriendin Melanie, en Micha kwam me bij haar thuis ophalen.

Onderweg vertelde Micha het verdrietige nieuws dat een geliefd familielid opnieuw ernstig ziek is... dat gaf tranen, het was fijn dat we even samen waren.

Wat fijn om weer thuis te zijn, met zoveel mooie herinneringen ♥

donderdag 27 februari 2020

Projectbezoek UG0927

Project UG0927 was op amper 10 minuten loopafstand van ons hotel, sommige groepsleden gingen dan ook lopend. Ik kan niet zo goed tegen het hete weer, (boven de 30 graden) dus spaar zoveel mogelijk mijn energie, dus voor mij geen wandeling, maar met de anderen mee in de bus.
Toen we arriveerden bij het project werden we weer hartelijk begroet, allerlei mensen en kinderen komen je een hand geven. De fanfare stond weer opgesteld, en begon met spelen zodra de rest er ook was.
Molly voegde zich al snel bij me, ze had een mandje met speldjes die ze bij iedereen op deed. Isaac zag ik nergens.
We liepen achter de fanfare aan de poort door, de 'kerk' in; een overkapping was het eigenlijk meer. Ik zag Isaac bij het muziekteam staan en zwaaide. De projectdirectrice opende met gebed, en toen begon de 'zangdienst'. En wat bleek; ik heb blijkbaar één van de leiders van het aanbiddingsteam (zo noemen ze degene die 'voorzingt') gesponsord! ;-)
Isaac begon met zingen, hij zong een regel voor en de achtergrondzangers en wij zongen het na, zo gaat dat hier vaak. Er was een drummer en een mannetje achter het keyboard. Ik heb het idee dat de liedjes ter plekke geïmproviseerd worden door de zangleider, Isaac in dit geval.
Hij was duidelijk in z'n element, en ik vond het mooi om dat te zien.
Nadat hij een poos gezongen had, liep de projectdirectrice het podium op, en dat was blijkbaar het teken dat we verder gingen met het programma.

Daarna kwamen er allerlei mensen aan het woord. Het bleek dat Molly's vader er ook was; hij is 1 van de staffleden van het project, hij helpt bij het begeleiden van de kinderen.
Er was ook een vrouw, Millie, ik denk ongeveer 50 jaar, ook een stafflid, die vertelde dat ze geen familie meer had. Heel haar familie was vermoord in die oorlog. Daarna is ze tot geloof gekomen en heeft ze de daders vergeven. Jaren geleden waren er 2 kinderen naar haar dorp gekomen die waren gevlucht uit Congo en niemand meer hadden. Ze heeft ze in huis genomen en zorgt voor hen. 
De kinderen zitten allebei in het project.
Ongelofelijk wat een kracht en vrede die vrouw uitstraalde.

Een jeugdpastor kwam aan het woord, en hij las voor over het verhaal van de weduwe uit Zarfath, die van haar laatste beetje olie en meel een koek voor Elia bakte, en waar daarna het wonder gebeurde dat de olie en het meel niet opraakte, tot de hongersnood voorbij was. De pastor haalde ook het verhaal van de arme weduwe aan die, ten tijde van Jezus, haar laatste muntje in de geldkist wierp, terwijl Jezus het zag, en hij zei dat zij meer had gegeven dan de rijke Farizeeën. Hij legde uit dat er verschil zit tussen 'geven', en 'geven'. Geef je van je overvloed, een gedeelte, zodat je weet dat je zelf nog (meer dan) genoeg overhoudt, of geef je (van) het laatste beetje wat je hebt?
Als je geeft van het laatste beetje dat je hebt, komt er meer vertrouwen in God bij kijken, dan wanneer je geeft van je overvloed en weet dat je jezelf prima kan redden.
Toen richtte hij zich tot ons, als sponsors, en bedankte ons voor onze opoffering, en zei dat het voor ons ook vast regelmatig moeilijk was, en dat hij het bijzonder vond dat wij deelden van ons 'kleine beetje' met een kind, die we niet eens kenden.
Ik voelde me verward en beschaamd. In tegenstelling tot wat de man dacht, horen wij bij de 2e groep; wij geven van uit onze overvloed. We houden zelf meer dan genoeg over om van te leven.
Ik dacht aan wat ik gister schreef; dat Isaac sponsoren voor mij is als 'de rand van mijn akker' en de 'schoof van mijn kar'. Ik deel terwijl ik weet dat ik genoeg heb. Hoewel dat geen schande is, maakte het me zo nederig, met het verhaal van de pastor in m'n achterhoofd.

Daarna kwam het volgende onderdeel; de bisschop (ik schat hem 60 jaar oud) uit de regio was er ook bij, om het nieuwe gebouw met klaslokalen dat onlangs gebouwd was, waar wij als groep geld voor hadden ingezameld, officieel te openen. Hij verteld hoe het project hier is ontstaan, dat hij tijdens de oorlog hier zoveel ellende heeft gezien, en probeerde te helpen waar hij kon, maar het altijd te weinig was. Hoe toen Compassion langszij is gekomen, en heeft aangeboden om samen te werken. Vanaf toen kon hij langdurige hulp beginnen te geven, door de mensen weer nieuwe hoop te geven.
Omdat hij al zolang in de regio werkte, is hij precies de man die je nodig hebt als je wil beginnen om (blijvende) hulp te bieden; hij kent ontzettend veel mensen en weet welke gezinnen het allerarmst zijn. Compassion wil zoveel mogelijk gezinnen helpen, dus in principe wordt vanuit elk gezin, 1 kind in het sponsorprogramma opgenomen, en niet bijv. alle kinderen van 1 gezin. Dat is dan meestal het jongste kind; want hoe jonger het kind, hoe beter het te vormen is.
Het is heel gewoon hier dat kinderen die een goede baan hebben, elke maand hun gezin daarmee ondersteunen. Zo vertelde Isaac bijvoorbeeld dat zijn oudere broer, werkt in Murchison Falls nationaal park, waar wij ook geweest waren, van het geld wat hij verdient betaald zijn broer het schoolgeld voor Isaac, omdat de vader dat niet kan. Dus als een kind opgenomen wordt in het project; geeft dat de familie hoop, dat kind maakt meer kans op een betere baan later, zodat dat vooruitgang betekent voor de familie.
Compassion maakt bij het selecteren van kinderen in armoede geen onderscheid qua geloof. Maar ouders moeten er wel achter staan dat de kinderen de Bijbelverhalen horen op het project en over Jezus wordt verteld. De projectdagen zijn vaak op de zaterdagen, en vaak zit het project bij/naast de kerk. Op zondag komen de kinderen daar vaak naar de kerk. En de ouders komen vaak mee. Het is dus ook een soort indirecte manier van evangeliseren.

Daarna kregen we weer wat te eten aangeboden, pinda's, een soort zoetige oliebol (zonder rozijnen natuurlijk ;-) en een samosa. Isaac, Molly en ik gingen bij elkaar zitten, en ik begon een gesprek met hen over de impact van brieven van sponsors op de sponsorkinderen. Ik wist dat Isaac nooit brieven had gekregen, maar Molly wel vertelde ze. Om de beurt vertelden ze, het was best rumoerig en ik heb soms moeite om hun engels te volgen (en zij het mijne ;-) maar ik pikte eruit op dat kinderen graag post krijgen van hun sponsor, ze vinden het niet alleen interessant maar voelen zich daardoor ook geliefd en gezien.

We gingen naar buiten, voor de officiële opening van de lokalen. Het lint werd doorgeknipt, en we mochten binnen kijken. Het zag er heel goed uit, netjes in de verf en met vrolijke muurtekeningen. In 1 lokaal stonden een aantal computers op een rij; daar werken vooral de tieners op.

Daarna werd er een inventarisatie gemaakt voor de huisbezoeken. Er waren heel wat groepsleden die een kind gesponsord hadden in dit project, en iedereen mocht bij zijn eigen sponsor gezin op bezoek. De andere groepsleden zouden hier blijven, om nog te helpen bij het klussen.


We reden met de bus naar het huis van Isaac, en hij bracht me naar zijn huisje. Zijn vader en stiefmoeder verwelkomden me, en er waren ook 2 zussen, waarvan 1 twee kinderen had. In de deuropening hing een laken, en daarna stond je meteen in de kamer. Daar stonden stoelen klaar waarop de gasten en de mannen van de familie gingen zitten. De vrouwen zaten op de grond, op een mat. Als vrouwen en kinderen je hier begroeten, gaan ze voor je door de knieën, daarmee tonen ze respect. Als je op een stoel zit, en je wordt bediend met eten en drinken, dan doen de vrouwen dat op hun knieën, zodat ze nooit boven hun gasten uitsteken, dat zou respectloos zijn.
De vader stelde zijn gezin voor, en ik liet foto's zien van mijn gezin en vertelde erover. Dat vonden ze erg leuk. Isaac pakte een foto van de muur, waarop zijn moeder stond, die onlangs is overleden, en liet de foto aan me zien.
Behalve Isaac, waren Molly en 2 Ugandese Compassion medewerkers, waarvan 1 Molly's vader was, ook meegekomen. We kregen allemaal een flesje water en een flesje met frisdrank.
De ene medewerker vertelde me dat de familie eten had klaar gemaakt, dat het de gewoonte is om met gasten te eten. Het bloed steeg me naar de wangen. Vanuit Compassion is ons afgeraden om zelf bereid voedsel bij mensen thuis te eten, vanwege de hygiënische omstandigheden kunnen wij ziek worden daarvan. Ik zou dus moeten gaan zeggen dat ik het niet zou eten, en dat is in deze cultuur uiterst onbeleefd. Bij de andere huisbezoeken waren we steeds met meerdere groepsleden en was er meestal iemand bij van de Nederlands Compassion staff, en zij legden het uit en bedankten dan namens de groep.
Ik realiseerde me dat ik nu alleen was als enige blanke, en ook nog eens in het huis van mijn eigen sponsorkind... ik voelde me vreselijk gegeneerd. Ik legde uit aan het Ugandese stafflid dat ik het niet kon eten, vanwege de regels en m'n gezondheid. Hij bracht het over naar de ouders, en de hele kamer keek me verward en teleurgesteld aan ;-(
Rare blanken ook ;-)
Er viel even een ongemakkelijke stilte, maar daarna praten ze verder met elkaar, en werd ik een tijdje (wellicht onbedoeld) genegeerd. Isaac zat regelmatig op z'n mobiel (puber ;-) en ik durfde hem niet aan te kijken. De vader vertrok naar buiten, en kwam even later terug met voorverpakte koekjes en vroeg of ik die wel mocht eten. Ja, alles wat voorverpakt is mag wel, dus ik nam ze aan en bedankte hem.
De stiefmoeder ging gehurkt bij iedereen langs met een teil met water, zeep en een handdoek om de handen te wassen voor het eten. Ik werd overgeslagen ;-) al kwam ze het later nog wel doen, toen ik het vroeg. (ik hoop maar dat die vraag niet onbeleefd was...;-) Vanwege de hitte ben je snel plakkerig, en dan is het heerlijk om wat vaker je handen te wassen.
Terwijl iedereen genoot van de rijst met kip, at ik de biscuitjes.

Na het eten, zei de Ugandese Compassion medewerker dat de familie me een (levende) kip aan wilde bieden, als dank dat ik hun zoon sponsor. Oh nee he.... ook dat nog....cadeaus weigeren is óók uiterst onbeleefd, en wat moest ik met een levende kip!? Soms kan je hem aannemen, en dan onderweg terug bijv. een Ugandees blij mee maken, maar ik moest daarna ook nog naar Molly thuis en terug naar het project, dus dat was niet echt een optie. (later hoorde ik dat een ander stel ook een kip hadden gekregen, en die hem mee hadden genomen naar het project en hem daar bij de keuken had ingeleverd, ook een goed idee, maar daar kwam ik helaas niet op ;-)
Ik moest dus voor de 2e keer iets uitleggen; dat ik het heel erg waardeerde, maar kippen mogen niet mee het vliegtuig in, dus dat was wel een probleem. Dat snapten ze wel, en ze baalden. Er werd nog wat overlegd in hun eigen taal, en de medewerker zei dat ze me de kip toch wilden geven, maar dan vooral symbolisch, dat zouden ze dan op de foto zetten. Dat vond ik prima. Ik ben gelukkig niet bang voor kippen ;-) dus ik stond op, en pakte de kip aan, even op de foto en het dier mocht weer naar buiten ;-)
Later kwam Isaac naar me toe met 2 knuffels die hij me gaf; voor in m'n kinderopvang, zei hij. Ik bedankte opgelucht.
Als je op huisbezoek gaat bij iemand, krijg je van Compassion altijd een big shoppertas mee vol met etenswaren; suiker, rijst, olie en ook zeep waar ze de kleding mee wassen. Ik overhandigde de tas aan de familie, en dat moment werd ook gefotografeerd.
Inmiddels zaten we er zeker al 3 kwartier, de bus die ons had afgezet, zou ook nog naar een ander gezin rijden, en ons dan weer oppikken, dus we moesten wachten op de bus.
Isaac's 2 jarige nichtje Deborah kwam binnen en ik pakte het vis-hengelspel weer uit m'n tas, na even voordoen snapte ze het hoe het moest, maar ze durfde nog niet zo dichtbij te komen. De moeders moesten lachten en gingen het voordoen, en na een tijdje durfde ze wel. Ik gaf Tillo aan Molly, en zij liet hem praten tegen Deborah, die stond op afstand met grote ogen toe te kijken. De mannen vonden het ook grappig, en moesten het ook eens proberen ;-)
Toen kwam de bus, en moesten we afscheid nemen. Het vis-spelletje gaf ik aan Deborah en ik ging nog snel op de foto met baby neefje Darius.


Op naar het huis van Molly, en ik hoopte uit de grond van m'n hart dat nog meer culturele missers me daar bespaard zouden blijven. De vader van Molly is een fijne vrolijke man, en wat meer open-minded kon ik merken. We stopten eerst bij een stuk grond, met een half afgebouwd huis erop. Ik werd enthousiast mee getroond en de vader vertelde dat dat hun nieuwe huis wordt, op hun eigen stukje grond. Ze bouwen er al jaren aan, en van de gift die ik eind vorig jaar had gestuurd hadden ze 5 zakken cement kunnen kopen, en dus weer een flink stuk kunnen metselen. Kijk zei hij, heel dat stuk waarvan de voegen nog licht van kleur zijn, dat hebben we gemetseld van jouw geld, en trots poseerden ze in de deuropening. Mijn hart werd langzaam weer wat lichter door hun blijdschap.
Steeds als ze weer een beetje geld hebben, bouwen ze weer een stukje verder. De stenen bakken ze zelf, in een zelfgemaakt oventje daarvoor die stond naast het huis. Ik zei dat het nog veel werk was; dat beaamden ze, maar Isaac zei vol vertrouwen tegen Molly; dat gaat goed komen.
Toen we terug naar de bus liepen, bleef ik wat achter lopen met Lilian van Compassion Uganda, en informeerde hoeveel er nog nodig zou zijn om het huis helemaal af te maken, ze noemde een bedrag in Ugandese shillings, en ik had geen idee ;-) ik vroeg haar hoeveel dat ongeveer in euro's was, ze zei meer dan 1000 euro. Er moet nog een dak op (daar gebruiken ze hier meestal ijzeren golfplaten voor) en de vloer moet nog gemaakt worden, er is nog meer cement nodig en er moeten ramen/kozijnen en deuren in, die worden hier gemaakt van staal had ik al gezien. Ai... dat is wel veel...zeker voor de mensen hier.
Af en toe maar proberen een extra gift te sturen dan ;-)

Daarna reden we door naar het huis waar Molly momenteel woont, ze huren dat huisje. Moeder kwam me al 'jodelend' tegemoet. We zaten op de veranda, en kregen meteen 2 flesjes frisdrank. Tot mijn grote opluchting bleef het daarbij. Op mijn vraag mocht ik Molly's kamer even zien, ze sliep in het schuurgedeelte, er was een gordijn opgehangen in het midden, en achter het gordijn sliep ze. Ze had een houten bed, dat was goed om te zien, want veel mensen slapen op de grond.
Vader liet me ook de andere kamer zien, waar ze aten. En de keuken was in een apart gebouwtje, daar koken ze op 3 stenen, gelegd in een driehoek waar ze de pan op zetten, en daartussen maken ze dan een vuur.
Wat me opviel was dat de vader alles enthousiast liet zien, en vertelde zonder schaamte, hij vond het echt leuk om me er over te vertellen en alles te laten zien. Bij eerdere huisbezoeken met de groepsleden waren er toch vaak de neergeslagen ogen, heel weinig zeggen en de voelbare schaamte. Dit voelde alsof ik bij goede kennissen even op bezoek kwam.
Omdat we bij Isaac te lang waren geweest, konden we bij Molly niet lang blijven. Ik overhandigde weer de tas met etenswaren en Molly gaf me, giegelend, een ingepakt cadeau. Ik pakte het uit, en er kwam een zelfgemaakt toilettasje uit, gemaakt met kralen, zoals je die hier veel ziet, ze leren ze maken op het project. En een lijst, met daarin een foto van Molly met een bedank-tekst erin. Heel lief.
We vertrokken terug naar het project, daar aangekomen waren de groepsleden al het zegenlied aan het zingen voor de project staff en de kinderen. Wij hadden de lunch gemist, en mochten dus nog even eten. Mijn maag voelde als een steen, de spanning vanwege de lastige situaties zat nog steeds in m'n lijf en ik wou niet eten, maar haalde wel Isaac en Molly om te eten. Isaac vond het niet goed dat ik niets at, want ik had heel de middag nog niks op zei hij. Vooruit, ik at een banaan.

Ik maakte nog een praatje met Millie, uit bovenstaand verhaal. Isaac kwam erbij staan, en ze zei dat hij een goede jongen is, heel behulpzaam en vriendelijk.
Er was 1 jongetje in het project, Mogan, dat steeds als een schaduw bij Isaac was, hij liep rond, foto's te maken met Isaac's telefoon en ik zag dat Isaac's ogen oplichten elke keer als hij met dat ventje bezig was. Later hoorde ik dat Isaac en Mogan goede vrienden zijn, volgens Isaac zelf, en van de sponsors van Mogan begreep ik dat Isaac veel met Morgan optrekt en hem een beetje 'coached'. In het project koppelen ze regelmatig jongere kinderen aan tieners, dat de ouderen de jongeren helpen op allerlei vlakken en zo zijn Isaac en Mogan ook aan elkaar gekoppeld.

Het was tijd om afscheid te nemen, en we liepen gezamenlijk naar de bus, de sponsors van Mogan en Mogan zelf liepen ook mee. Ik knuffelde m'n tieners voor de laatste keer, en ging de bus in. Ik keek ze na, toen Isaac en Molly samen met Morgan tussen zich in, terug naar binnen liepen bij het project.

woensdag 26 februari 2020

Een blije dag

Vandaag was een hele blije dag; een dag van ontmoeting. De sponsorkinderen kwamen hier naar het hotel, en in de tuin was een een springkussen en 2 zwembaden neergezet. ,
We werden met z'n allen vergaderd in de tuin, en toen begon de leiding weer te zingen (dat is hier de manier om welkom te heten geloof ik ;-) en om de beurt werd er een sponsor naar voren geroepen, en daarna de naam van het sponsorkind, en dan volgde er een kennismakingsmoment met een dansje en een liedje ;-)
Ik had Jonathan al snel gezien, en zag ook een aantal tienermeiden staan, en na even turen zag ik Molly.
Mijn naam werd genoemd, en ik mocht naar voren, en even later kwam Molly op me af rennen. Ze omhelsde me huilend en trilde van de spanning. Wat heerlijk om haar te zien!
Ze mocht kiezen of ze een liedje wilde zingen of wilde dansen, en ze koos voor dansen. Ze mocht een liedje opgegeven, en koos het liedje Prophety, van de Ugandese gospel singer Exodus.


Daarna werd Jonathan's naam genoemd, en hij stapte aarzelend naar voren ;-) Molly tilde hem meteen blij op, en zette hem bij ons in de kring, 'hij is nu mijn kleine broertje', zei ze blij ;-)
Jonathan's moeder was mee gekomen, wat een leuke verrassing. Ze kon ook best goed engels, en zag er prachtig uit in haar mooie Ugandese (zondagse) jurk.
Toen alle namen waren genoemd, werd er nog 1 geroepen; de naam van een jongeman, die ik eergisteren ben gaan sponsoren. Tijdens deze reis ben ik zo onder de indruk geraakt van de tieners in de projecten, dat ik het op m'n hart kreeg om nog een tiener te gaan sponsoren; omdat ik de 18 jarige Molly al sponsor, besloot ik dat het een jongen moest zijn. Ik keek op de site, en zag de 19 jarige Isaac. Hij was de oudste van alle kinderen uit dat project die op een sponsor wachtte; hij werd het. En ik zou hem op het project gaan ontmoeten, op donderdag.
Maar, blijkbaar hadden ze hem vandaag ook al laten komen! Ik moest even schakelen ;-) maar het was zo fijn dat hij er ook bij was!
Hij ging een lied zingen, toen gevraagd werd wat hij later wilde gaan doen, zei hij dat hij iets met tourisme wil gaan doen, maar vooral ook in Gods koninkrijk wilde werken.
Hij zit in hetzelfde project als Molly dus, en ik zag al snel dat die 2 goede vrienden zijn.


Jonathan ging lekker spelen op het springkussen, en ik ging met de tieners wat drinken, en m'n foto's laten zien van ons gezin. Een fotoboekje is altijd een hit. Ze bestudeerden de foto's en stelden vragen.
Ik vroeg Isaac naar zijn gezin; hij vertelde dat hij bij zijn vader woont, en diens 2e vrouw. Zijn moeder is vrij recent overleden, hij heeft broers en zussen. Toen vroeg ik naar zijn vorige sponsor, of hij al lang zonder sponsor zat. Dat wist hij niet zo, maar hij vertelde dat hij sinds 2007 in het sponsorprogramma zit, en nog nooit een brief van een sponsor had gekregen.
Ik kende dat soort verhalen, maar ik had nog nooit een kind ontmoet, die nooit brieven kreeg.
Hij vond het moeilijk om er over te praten zag ik. Ik kan zijn blik van dat moment nog steeds voor me zien. Ik zie er al naar uit om hem zijn eerste brief te sturen! ;-)

Jonathan kwam weer even langs, en keek verlangend naar het zwembad. Ik pakte het voetbalbroekje uit de tas en gaf het aan de moeder zodat hij het aan kon doen. Met een grote lach vertrok hij om te gaan omkleden, en daarna plonsde hij het zwembad in en speelde enthousiast mee met de andere kinderen. Wat heerlijk om hem zo te zien genieten.

Ondertussen stemde ik mijn ukulele, en pakte m'n boekje met engelse liederen die ik had gemaakt en mee genomen. Isaac zit in het zangteam van de kerk en houdt wel van zingen. Molly deed ook mee, we zongen This is the day that the Lord has made en ik leerde hen het liedje Jesus loves the little children. Isaac vond Abba father let me be heel mooi, dus die hebben we ook verschillende keren gezongen. Hij verzon er terplekke een bovenstem bij ;-)
Toen wilden ze mij nog een liedje leren in hun taal, de Lango-taal, dat vond ik wel leuk. Ze hebben hier een bepaalde stijl van zingen, je begint met een zin, die herhaal je een keer of 4, en dan vervang je het werkwoord, en dan zing je het weer op dezelfde melodie. Bijv. 3x I praise God, hallelujah, en dan I trust God, hallelujah, enz. Dat was bij dit liedje ook zo.
Daarna schoof m'n vriendin met haar tiener ook nog aan en leerde ik hen het kaartspelletje Uno.
Ondertussen werd Jonathan nog geschminkt ;-)


Tussendoor gingen we ook nog eten; in de lobby van het hotel hadden ze van alles klaar gezet. De kinderen mochten eerst opscheppen, en daarna wij. Toen we allemaal eten hadden, vroeg ik Isaac of hij met ons wilde bidden voor het eten.
Hij ging stralen, alsof ik hem iets heel moois gaf, dat was zo'n mooi moment. Hij bad voor ons eten, dankte God voor de dag.

Daarna was het tijd om cadeautjes te geven, want de kinderen moesten alweer bijna naar huis. Gelukkig had ik iets extra's meegenomen, zodat ik Isaac ook iets kon geven.

Bij de afsluiting hoort taart, en die was er vandaag ook weer ;-)
Voor de groep zongen Isaac, Molly en ik nog This is the day en, op Isaac's verzoek, Abba vader ;-)
Daarna ging ik weer terug naar m'n plaats, maar al gauw werd ik terug geroepen. Isaac had tegen de leiding verteld dat ik een liedje in het Lango had geleerd, dus of ik dat ook nog even wilde zingen.
Gelukkig was hij zo lief om mee te zingen ;-)


De kinderen verzamelden en we liepen naar de weg, vandaar zouden ze met boda-boda's (brommertaxi's) naar huis vertrekken; we zwaaiden hen uit.
Gelukkig zie ik Molly én Isaac morgen nog een keer, als we hun project gaan bezoeken. En ik mag zelfs bij hen thuis op bezoek!

's Avonds na het eten deden we nog een grappig groepsspel, en deelde Tiemen nog iets uit de Bijbel. Over het jubeljaar, dat was ook zo'n voorschrift van God voor Israël. Een jubeljaar was 1x in de 50 jaar. Eén keer in een mensenleven maakte je dat mee, zo'n jaar van teruggave, terugkeer, vrijlaten en rust. Een jaar waarin je schoon schip mocht maken, wat je ook overkomen was, wat je ook verkeerd had gedaan of ingeschat, in het jubeljaar had iedereen een schone lei. Zo is God, genadig en Hij wil mensen nieuwe kansen geven. Als we daar nog niet van overtuigd waren, kan je het aan deze wetten aflezen.

En God zegt ook dat je niet hoeft te schrapen. Laat tijdens het oogsten de randen van je akker maar ongemaaid, dan hebben mensen die geen eigen land hebben, ook iets te eten (denk aan het verhaal van Ruth) en God zal je ervoor zegenen. Valt er een schoof van je kar tijdens het naar huis brengen, stop niet om hem op te rapen, er zal iemand langs komen voor wie die schoof een verrassing zal zijn. Jij zult die ene schoof niet missen, je hoeft niet te schrapen, als je op Gods manier deelt, zal Hij je zegenen.

Isaac is mijn 'rand van de akker' en die 'schoof van mijn kar'.
Ik weet niet wie zich vandaag meer gezegend voelde; hij of ik.
De stille vreugde in zijn ogen was zo kostbaar en onvergetelijk.

Naar project UG0937

Het was vanmorgen anderhalf uur rijden naar het project. Daar aangekomen werden we ontvangen door moeders met baby's, een paar vaders en een heel gedreven blije pastor.
We gingen in het kerkgebouw, en er werd gezongen en verhalen verteld.
Daarna gingen we naar buiten en kregen we eten. Toen werden we verdeeld in 2 groepen; de mannen en de vrouwen. De mannen gingen stenen sjouwen, voor het nieuwe kantoor wat ze aan het bouwen zijn.
De vrouwen gingen in een kring onder een boom zitten, waar al een prachtige ijzeren hout gestookte oven warmte stond uit te stralen; we zouden cakes gaan bakken.
Ondertussen probeerden we contact te maken met de moeders en de baby's, de meeste moeders spraken geen engels. Maar voor een glimlach hoef je geen engels te kunnen ;-)
De groep voor het cake bakken was nogal groot, dus na een tijdje ging ik bij een groepslid kijken, die met wat andere kinderen domino aan het spelen was.
Ik pakte m'n vis-hengel-magneetspel weer uit m'n tas, en er waren een paar jongetjes die dat wel wilden proberen. Na een poosje pakte ik voorzichtig Tillo, het schaap erbij. De eerste reactie was weer: schrik! toen hij begon te 'praten'.
Maar na even wennen begonnen ze het grappig te vinden en probeerden ze hun handjes in z'n bek te stoppen. Hilariteit alom als hij hapte. Ik liet ze zien hoe mijn hand er voor zorgde dat hij kon 'praten'.
Ah, dat wilde een jongetje ook wel eens proberen.
Ik liet Tillo snurkend 'slapen' op mijn schoot, wakker worden en uit m'n flesje drinken. Met pretoogjes keken ze toe en deden ze mee.
Ze kregen er geen genoeg van. ;-)


Daarna werden we bij elkaar geroepen, en gingen we in groepjes met moeders mee naar huis, om bij hen thuis te kijken. We werden een eindje met de bus gebracht en moesten toen nog een eind lopen. Het is hier zo anders dan in Kampala. De mensen wonen in hutjes, zelfgebouwd van stenen gemaakt van klei en riet.
Wij gingen mee met Sharon, een alleenstaande moeder van 20 jaar. Ze woont bij haar ouders en familie op de compound; een binnenplaats waar 4 hutjes staan. Ze heeft een dochtertje van bijna 1.
We werden vrolijk ontvangen door haar tante, die ons 'jodelend' tegemoet kwam, dat doen vrouwen vaak als er bezoek komt en ze blij zijn. We werden onder een boom op stoelen neergezet, de familie zat op een mat. Je gasten geef je het beste wat je hebt.
We stelden wat vragen over hun leefsituatie, en Sharon vertelde, er was een tolk bij die wat ze zei naar het engels vertaalde. Even laten kwam vader erbij zitten, een lange dunne man, ik denk wel 2 meter.
Hij zag er ziek uit, en naar bleek, was hij dat ook. Hij had een huidziekte, en een bobbel (een soort gezwel) in z'n keel, dat scheen heel erg pijnlijk te zijn. Geld voor een dokter of medicijnen is er niet.
Ik vond het aangrijpend. Ik heb hem nog zitten observeren, je zag aan hem dat hij pijn had. Hij nam zijn kleindochter op schoot. Hij vertelde dat hij broers en meerdere familieleden door de oorlog heeft verloren. Nu kreeg het verhaal over de oorlog hier een gezicht...
We werden rond geleid langs de hutjes; een kookhut, een leefhut van de ouders, de hut van Sharon, en een hut voor bezoekers, maar als er geen bezoekers zijn, gebruiken ze hem zelf voor de andere kinderen.
Sharon liet zien hoe ze 20 liter water op haar hoofd tilde, en wij mochten ook even tillen. Ongelofelijk dat zij daar elke dag zo mee lopen.


Weer terug naar het project en we speelden weer met de kinderen, en kregen te eten. (Lunch; het was 15 uur 's middags.) Daarna riepen we de vrouwen bij elkaar, en gingen we hen een handverzorging geven. Er was nagellak, handcreme, vijltjes en handdoekjes mee genomen. Ik zat in het groepje dat de handen en voeten mocht wassen van de vrouwen. Met emmers en zo weinig mogelijk water wasten we, ze moesten er om lachen; zo gek, iemand die je handen en voeten wast en het kriebelt nog ook.
Ik waste de eeltige handen van de vrouwen, handen die zo hard werken. Daarna kregen ze een hand massage met creme, daarna werden de nagels gevijld en gelakt, en daarna was er een team wat met elke vrouw samen bad.
Het was heel bijzonder, en ik vond het een van de mooiste momenten van de dag.

Daarna zongen ze nog het Lango volkslied voor ons (we zitten in het Lango gebied) en kregen we allemaal een stukje van de cake, die inmiddels klaar was.
Toen reden we weer terug met de bus, 1,5 uur lang een 'african massage', zoals we de rit over de slechte wegen ook wel gekscherend noemen.


Nog 1 nachtje slapen, en dan ontmoet ik ons sponsorkind Jonathan, en Molly, het meisje wat ik sponsor met m'n peutergroep. Ze komen hier naar het hotel, en we gaan spelletjes doen in de tuin.

maandag 24 februari 2020

Reisdag naar Lira

Vanmorgen ging de groep vroeg op pad voor een ochtend safari.
Ik had besloten om niet mee te gaan, om wat rust in te bouwen voor mezelf.
Ik had een heel rustig ontbijt ;-)
Later schoof er nog een groepsgenote aan; gezellig!



We hadden eerder al een bootsafari gemaakt en nijlpaarden en krokodillen gezien. We zagen ook veel Kingfishers, ijsvogeltjes, die hun nest maken in spleten in de rots, echt prachtig.

Na de lunch gingen we op pad naar Lira. We konden meestal flink doorrijden, met veel remmen onderweg vanwege de kuilen. Het is wel een geasfalteerde weg, maar die is in slechte staat. Het hardste wat we rijden is ongeveer 100 km p.uur, maar dan voelt het of je 140 rijdt; de bus schudt en trilt ;-)
Over een Nederlandse snelweg zou je over deze afstand iets meer dan 2 uur doen, maar wij waren er na 5 uur rijden.

We werden weer vriendelijk ontvangen in het hotel, en kregen meteen avond eten.
Na het eten werden we bijgepraat door Steve, iemand die bij Compassion werkt als project facilitator, hij werkt 2 weken in Kampala en 2 weken in Lira, hij reist heen en weer. Zijn gezin woont in Kampala. Hij vertelde ons over de omgeving hier, er zijn hier in de omgeving 13 projecten.
Hier, in het noorden van Uganda, is er oorlog geweest, van 1987 tot 2005. Joseph Kony was aanvoerder, en zijn manier van oorlogvoeren was verschrikkelijk. Ik heb er wel eens een boek over gelezen, 'Als de olifanten vechten'.
Hij viel dorpen binnen en plunderde alles, oude mensen werden in en hut opgesloten en verbrand, van de dorpjes bleef niets over. Kinderen werden onder dwang ontvoerd en psychisch geconditioneerd om te doden. Jongens werden kindsoldaat en de meisjes seksslavinnen. De kinderen werd geleerd dat ze onschendbaar waren in de strijd, dat de kogels op hen afketsten. Ze moesten afschuwelijke dingen doen, vaak werden ze gedwongen om dorpsgenoten te vermoorden en soms zelfs toe te kijken hoe hun eigen familie werd vermoord of anderen gemarteld en verminkt.  En dat alles deed hij met de Bijbel in de hand... hij baseerde het op de 10 geboden....
De man is nu bijna 60, en leeft nog steeds. Niemand weet waar hij is.
Het is het trauma van deze regio. Iedereen die je hier ziet, van 15 jaar of ouder, heeft er iets van mee gemaakt.

Morgen gaan we naar een project, wat eerst een vluchtingen kamp was. In dat kamp leefden gezinnen op 2 vierkante meter, met alles wat ze hadden. Er was veel misbruik, kinderen kregen alles al vroeg mee, want alles was hoorbaar en zichtbaar. Daardoor zijn er veel kindhuwelijken en vroege zwangerschappen.

Na de oorlog kwamen er veel organisaties hulp verlenen. Ze brachten dekens, water en eten. En gingen dan weer weg. Natuurlijk is dat ook nodig, een soort eerste hulp. Compassion koos voor een andere manier. Ze wilden blijvende hoop brengen. Ze starten een project, vanuit de kerk. Eerst waren ouders huiverig, (logisch als kinderen werden geroofd en gehersenspoeld een paar jaar eerder) en werden maar weinig kinderen ingeschreven. Maar toen het project eenmaal gestart was, zagen de mensen wat het effect was op de gezinnen en kinderen en kwamen ze vragen of hun kind ook asjeblieft nog in het project kon.
Er was een duidelijk verschil zichtbaar tussen kinderen die in het project zaten, en het effect in hun gezin. De mensen kregen weer hoop op een betere toekomst.
Er waren veel wezen, die leefden vaak bij elkaar in een hutje. Omdat het het beste is dat een kind in een gezin opgroeit, zocht Compassion 'caregivers', mensen/echtparen die voor de kinderen wilden zorgen.
Toen ik dat hoorde begreep ik meteen dat onze Jonathan, ook in zo'n 'caregivers'-gezin zit. In zijn eerste brief zag ik dat zijn 'vader' en 'moeder' ouder dan 60 jaar zijn (Jonathan is 4 jaar oud).

Het project waar we morgen heen gaan heeft een moeder-baby programma. (Jonge) moeders worden ingeschreven als ze zwanger zijn, en krijgen dan al hulp, dat wordt betaald uit een speciaal fonds. Als het kindje 1 jaar is, wordt het ingeschreven in het sponsorprogramma.
Morgen komen de moeder, en vaders, met de kinderen naar het project, en is het de bedoeling dat we een dagje met ze optrekken. Zo staat er een gesprek tussen de vader en de mannen van de groep op het programma, de vrouwen gaan de moeders van het project een handverzorging geven, en we gaan in groepjes thuis kijken bij de gezinnen.

zondag 23 februari 2020

Zondag

Om 8 uur moesten we al in de bus zitten om op weg te gaan naar de kerk in Pakwach, waar project UG0901 is. De dienst begon om half 10, en het was maar 24 km verderop, maar er was kans dat we onderweg nog dieren zouden spotten, dus vertrokken we op tijd.
En inderdaad zagen we onderweg nog veel impala's, een aantal olifanten en giraffen. Heel mooi om die in hun leefgebied te zien.

We kwamen iets te laat aan, Afrikaanse tijd zeg maar ;-) We reden over een weggetje, en aan weerskanten stonden overal hutjes tussen de bomen, van klei en riet. We hoorden de trommels al in de verte, en van alle kanten kwamen er kinderen aanrennen van tussen de hutjes, echt zóveel kinderen!
We stapten uit, en werden verwelkomd, de fanfare (ja, een heuse fanfare met trommels en trompetten!!) ging voorop en daarachter liepen vrouwen te zwaaien met takken, en overal blije gezichten. Kinderen gaven je een hand, sommigen die veel durfden liepen zelfs hand in hand met je mee.
Ik had getwijfeld om Tillo het schaap mee te nemen, maar dacht dat het misschien onbeleefd was, dus helaaaas had ik hem in het hotel achter gelaten, balen want hij was zeker weten een hit geweest bij al die kinderen. Goed, vanaf nu; schaap in de tas ;-)
Binnen in de kerk werden we vooraan gezet; onder de waaiers, zodat we alles goed konden zien. De fanfare was ook mee naar binnen gekomen, ze waren bij het keyboard gaan staan en speelden samen dat het een lieve lust was.
Het was een béétje hard af en toe, maar vooral zo ontzettend mooi. Ik geniet er elke keer erg van om hen muziek te zien maken, het klinkt niet alleen ontzettend goed, maar ze zijn er echt heel goed in. Natuurlijk heel ritmisch ;-) maar ook fantastisch op elkaar ingespeeld en echt een feest om naar te kijken.
Het gebouwtje zat afgeladen vol met kinderen en wat volwassenen, en de kinderen die er niet bij konden keken door de ramen naar binnen. De pastor opende de dienst en er werd weer gezongen.
Tiemen kwam naar voren, hield een praatje en gebruikte daarbij weer zijn geweldige Bijbel kleurboek, waar eerst geen plaatjes en geen kleuren inzitten, en de kinderen wordt gevraagd om hem te helpen om het boek te vullen met plaatjes en kleuren. Ze tekenen een Bijbelverhaal en kleuren in de lucht, en blazen die dan naar het boek toe, en warempel...dan zitten er op eens (gekleurde) platen in het boek.
De reacties op dat trucje zijn steeds weer fantastisch om te zien, zelfs de volwassenen (én de pastor en de ouderlingen) doen lachend mee.
We zingen ook nog het lied 'Dit is de dag' in het engels, met beurtzang mannen/vrouwen en het opstaan/zitten zoals we geleerd hebben. Er wordt enthousiast mee gedaan en het klinkt prachtig.

Er volgt een preek van de pastor, ondertussen zitten de kinderen overal op schoot en tussen ons in. Er zijn 2 meisjes naast me komen zitten op de stoel, en een pakt m'n hand en voelt aan m'n huid. Na de dienst lopen we de kerk uit, en worden we naar het project gebouw gebracht, daar krijgen we iets te eten aan geboden; een gekookt ei, een pannenkoekje, een banaan en pinda's.
We kijken nog even rond en moeten dan weer terug naar de bus. We worden uitgeleide gedaan door de kinderen, we komen langs de kerk; alle deuren staan wijd open, de kerk is leeg, op de band na, die staat vol overgave een lied te spelen. Ik weet niet welk lied het was, maar het klinkt als een proclamatie en een zegen tegelijk.
 
Zoekplaatje: zie je Tillo het schaap zitten in de bus? ;-)


In de bus verteld iemand dat deze gemeenschap leeft van de visvangst, in de Nijl. Probleem is dat de Nijl overbevist is, dus er er veel te weinig inkomsten zijn. Veel kinderen krijgen maar 1x per dag te eten.
Bij binnenkomst werd er gezongen; God is goed, altijd is Hij goed!
Dat raakte me, de mate van geloof is hier niet afhankelijk van de omstandigheden. God is altijd goed, dat je omstandigheden erbarmelijk zijn, doet daar niets aan af. 
Op de achterkant van onze bus staat: God is goed. Jehovah jireh = God zal voorzien.
Deze mensen leven dat uit.

Ik las weleens: 'rijk zijn is geestelijk gezien een nadeel'.

Dat kwam vandaag heel dichtbij...

zaterdag 22 februari 2020

Reisdag en veel gedachten....

Vanmorgen na het ontbijt gingen we uitchecken; alle koffers weer in de bus.
Daarna werden we boven in de zaal verwacht voor de start van de dag.
Tiemen Westerduin is mee met de reis, en hij las met ons uit Deuternomium 14, vanaf vers 22 verteld God aan Zijn volk Israël over het geven van de tienden van wat God je heeft gegeven. Ik kende dat stuk wel, en die wetten. Maar het was een tijd geleden dat ik daarover had gelezen.
Tiemen schreef het uit:

1ste jaar: mochten ze met het tiende deel van hun inkomen een feest(maaltijd) houden met hun familie, ter ere van God.
2de jaar: hetzelfde verhaal; een feest met de familie, in de nabijheid van de Heer.
3e jaar: nam je het tiende deel van je inkomsten, en gaf dat weg, dat werd gebruikt om de armen, de behoeftigen en de vreemdeling te voorzien. Maar ook voor de Levieten (priesters) die geen land/inkomen hadden.
4e jaar: weer feest, net als in jaar 1 en 2.
5e jaar: weer feest, net als in jaar 1, 2 en 4.
6e jaar: gaf je weer het tiende deel van je inkomsten weg, ten behoeve van de armen, behoeftigen en de vreemdelingen en de Levieten.
7e jaar: moest je je volksgenoten, die iets van je geleend hadden, hun schuld kwijtschelden. Ook was het 7e jaar, een jaar van rust. Ze mochten het land niet bewerken, niet snoeien, niet zaaien. Wat er op kwam, mochten ze van eten. Maar ook de andere mensen, de vreemdelingen en de dieren, mochten er van eten.
Ze hoefden niet bang te zijn te kort te komen in dat jaar, want God beloofde in het 6e jaar, een drievoudige oogst te geven, als ze volgens zijn richtlijnen zouden leven. 

Dus het 7e jaar, was jouw bezit, je land, even niet van jou, iedereen mocht er van eten, zoveel als ze wilden. Daarmee wilde God hen er steeds aan herinneren dat alles wat je hebt, niet van jou is. Het is van God. Je mag er van genieten, maar daarbij mag je niet uit het oog verliezen van Wie je alles hebt gekregen, wie alles eigenlijk toebehoort; de Eeuwige.
God wil voor zijn hele schepping zorgen, er is genoeg voor iedereen. 
Als we delen op de manier die God ons heeft geleerd.

Toen we in de bus zaten had ik veel tijd om er over na te denken. Allerlei beelden kwamen samen.... die van bovenstaand verhaal...en van de blije tieners in het project, die zoveel van God uitstraalden. Patrick, Aidah, Wasswa en Mercy die gister hun tijd en mijn aandacht met elkaar deelden, zonder een spoor van jaloezie of onenigheid. Wasswa ruimde de borden op, zette m'n stoel klaar en de kinderen hielpen elkaar.
Ik worstelde met gevoelens van 'tekortschieten', als ik nadacht over gister, ik had dingen (anders) willen doen, meer willen zeggen...
Ik probeerde m'n gedachten om te zetten, door aan alle dingen te denken die we samen hadden gedaan, dat nu zulke mooie herinneringen zijn.


Inmiddels reden we Kampala uit. Het landschap werd groener. Langs de kant van de weg zag ik elke keer huisjes staan, en er kwamen er steeds meer bij met een rieten dak. Overal zag je mensen lopen...bezig zijn...op het land werken, spullen sjouwen, op hun kleedje zitten of achter hun kraampje, met kleding of fruit/groenten erop uitgestald. Ze doen zo hun best, en het is zelden genoeg om van te leven.
Het greep me aan toen ik me weer bedacht; er is genoeg voor iedereen. Als we zouden delen, zoals God het ons heeft voorgesteld.

Maar wat me nog het meest ontroerd is hoe Gods hart, Zijn intenties zichtbaar worden in wat Hij zijn volk opdraagt. God wilde dat Israël tot voorbeeld voor de wereld zou zijn, als een olievlek. God wil graag dat Zijn schepping floreert, Hij als Schepper, weet het beste hoe dat zou kunnen, en daarom geeft Hij deze voorschriften als opdracht. Niet om ons beperken (daar denken wij vaak aan bij het woord 'wet') maar zodat alles en iedereen op aarde zou floreren.

God zorgt voor de rijken (Hij zegent hen) en zegt dat ze mogen genieten van wat ze hebben. Rijk zijn is niet een slecht iets. Maar het geeft je wel een grote(re) verantwoordelijkheid.
God zorgt voor de armen, de vreemdeling en de behoeftigen. Zelfs de dieren en de schepping (het 7e jaar) zijn in deze leefregels opgenomen.

Ik moest denken aan wat ik eens ergens las: een jongen in een Indiase sloppenwijk werd uitgelachen door zijn vrienden; 'jij gelooft in God, maar je bent nog steeds arm. Hij is je vergeten!'
'God is mij niet vergeten', antwoordde de jongen. 'De mensen aan wie Hij alles heeft gegeven, zijn vergeten het te delen...'

Maar we zijn nu zoveel jaar verder, zoveel jaar nadat die woorden in Deuteronomium zijn geschreven. Vaak denken we dat die wetten achterhaald zijn, 'dat geldt nu niet meer, het is nu anders we leven nu na het Nieuwe testament'. 
Ik denk dat wat God toen goed voor ons vond, dat nog steeds het beste is.
En ik realiseer me hoever onze maatschappij daarvan afstaat...
 Erger.... hoever het van mijn hart afstaat...
 
Ik keek naar buiten en de tranen sprongen in m'n ogen, ik zou  onder het rode Afrikaanse zand willen kruipen van schaamte tegenover God. En ik heb geen idee meer waar mijn verantwoordelijkheid begint, en waar die eindigt....
 

Ondertussen rijden we uren over de hobbelige zandwegen. We komen bij de Murchison Falls (waterval), en gaan uit de bus om even te kijken. Het is prachtig indrukwekkend. Wat een kracht heeft het water. Het laat me Zijn grootheid en macht zien. Het water spat op bij het naar beneden storten, en ik word helemaal nat, even lekker afkoelen.

We rijden verder en als we bijna bij de pont zijn, die ons over de Nijl zal brengen begint het te stortregenen. De bui duurt zo'n 3 kwartier, en de pont blijft liggen waar hij ligt. Na een uur rijdt de bus (dat ging nog niet zo makkelijk) de pont op, en komen we aan bij het hotel.

Uitrusten. Morgen is het zondag, dan gaan we voor het eerst een Afrikaanse kerkdienst beleven!

vrijdag 21 februari 2020

Funday met 4 kids!

Vandaag was een 'funday', een dag waarop wij als sponsors (of schrijfsponsor, dus kinderen waar iemand anders de maandelijkse bijdrage voor betaald, maar waar jij als vrijwilliger dan mee mag schrijven) je sponsorkind(eren) mag ontmoeten.
Ik heb vandaag 4 schrijfkinderen ontmoet; Patrick en Aidah, zij worden ondersteund door onze zondagschoolkinderen, en ik mag al 6 jaar brieven met hen schrijven. Mercy, zij wordt gesponsord door een echtpaar bij ons in de kerk, en ik mag met haar schrijven, sinds een aantal jaar. En Wasswa, zijn sponsor ken ik niet, maar ik schrijf al een paar jaar met hem.

De funday was georganiseerd in een soort speeltuin, met een binnengedeelte en een zwembad buiten. Toen we aan kwamen lopen als groep, zagen we de kinderen met hun project medewerkers op het grasveld staan, ze zongen liederen om ons welkom te heten. Heel vrolijk allemaal! We gingen in een kring staan, en zowel de kinderen als de sponsors zag je zoeken met hun ogen of ze iemand herkenden. Ik zag al snel Wasswa staan, en daarna Patrick en Aidah.
Mercy kwam er ook bij, en we gingen aan tafel zitten om wat te drinken. Ik liet hen het fotoboekje zien met foto's van ons gezin en familie. Dat werd meerdere malen bekeken. Dat Micha's moeder 16 kinderen heeft gekregen (die ook allemaal nog leven) zorgt voor oh's en ah's bij de projectmedewerkers, en ze bekijken de foto nog een keer.
Ook de foto's van Micha aan het werk, en ik aan het werk vonden ze leuk om te zien.

Daarna werd het tijd om samen de speeltuin in te gaan. Samen met de 4 kinderen en de 2 vrouwelijke projectmedewerkers gingen we naar boven. Eerst hebben ze een tijd op het springkussen gespeeld, erg leuk om te zien, ze kwamen meteen helemaal los. Ik twijfelde om mee te gaan het springkussen op ;-) maar ik zag geen andere volwassenen het doen (en ik had een rok aan ;-) dus ik heb het maar niet gedaan.
Daarna zijn ze nog op de trampolines geweest, en hebben we nog wat rond gelopen, maar helaas waren veel attracties voor kinderen beneden de 8 jaar, en mijn kids waren tussen de 11 en 13 jaar...
Ook het zwembad werd met verlangende ogen bekeken....maar helaas hadden ze geen zwemkleding bij, dus mochten ze er niet in. Dat was jammer, maar het was ondertussen tijd voor de lunch.

 Met Patrick (links) en Wasswa (rechts)

We kregen rijst, allerlei sausjes, bonen, kip niet te vergeten, het was heerlijk! Daarna speelden we samen nog met de tolletjes die ik mee had gebracht en het spelletje Uno. Dat kenden ze nog niet, maar hadden ze snel door.
Daarna konden we nog even spelen, en toen was het tijd om cadeautjes uit te wisselen.

De meisjes waren erg blij met hun pop, en de jongens met hun voetbal. Alle cadeautjes had ik in een rugzak gedaan, dat neemt makkelijk mee.

 Mercy (links) en Aidah (rechts) met de poppen

Ik had een extra handpopschaap gekocht, om mee te geven naar het project van Patrick en Aidah, en Patrick ontfermde zich meteen over de knuffel.

 Patrick met Tillo, de handpop knuffel

We baden nog samen, en toen was het alweer tijd om afscheid te nemen...
De kinderen gingen de bus in, en wij als sponsors in de andere bus. Patrick zat met zijn Tillo-schaap bij het raampje. Door het raampje liet ik Tillo zwaaien naar naar de Tillo van Patrick, hij moest erg lachen en zwaaide terug met zijn schaap.

Het was een fijne dag. Zo leuk om te zien dat Mercy en Aidah vanaf het eerste moment (ze hadden elkaar nooit eerder gezien) dikke vriendinnen werden. Zo bijzonder om de kinderen in de ogen te kijken, hand in hand te lopen, te zien spelen en genieten en samen te bidden. Patrick vroeg bij het afscheid wanneer ik weer terug zou komen...
Wie weet..ooit ;-)

 Met Frida, de Compassion project medewerker van Patrick en Aidah

Projectbezoek UG417

Na een korte, maar verder prima nachtrust, was het op tijd opstaan.
Eerst ontbijt, en daarna stapten we weer de bus in; op weg naar project UG417.
Lilian, een voormalig sponsorkind die nu werkt bij Compassion Uganda, is onze reisleidster, en zij ging ook mee.

We werden verwelkomd door de pastor en de medewerkers van het project en een aantal Compassion kinderen. In dit project zitten meer dan 250 sponsorkinderen, maar omdat het een gewone schooldag is, zijn ze er niet allemaal. Er zijn vooral tieners en moeders met jonge kinderen.

We zitten in de kerkzaal, en ongeveer 10 enthousiaste tieners gaan een lied zingen en daarbij dansen. Dat was erg leuk om te zien, ik had het idee dat het niet ingestudeerd was ofzo, ze doen dat volgens mij heel vaak tijdens de diensten. Er was steeds 1 iemand die de leiding had, en wat zij deed, deden de anderen ongeveer na, maar aan de zijkant waren 3 jongens die gewoon hun eigen pasjes deden, maar ze keken constant naar wat de ander deed en speelden daarop in. Echt super leuk om te zien, het is lastig te beschrijven, maar ze straalden zoveel uit, zoveel hoop en blijdschap.
Ik heb met verschillende tieners een praatje gemaakt en een jongen heeft ons rondgeleid op het project. Hij liet de kerk van binnen zien, het kantoor van de pastor en de lokalen voor de kinderen. Hij had een soort glans in zijn ogen, en zo'n blije lach. Toen ik er later over nadacht, bedacht ik me dat ik het het best zou kunnen omschrijven als dat je zag aan de tieners dat ze zich 'gekend' voelden door God en de mensen op het project.

Daarna heeft de pastor nog wat over het project verteld en kregen we een 'tussendoortje', dat vind ik altijd leuk, om te eten wat de kinderen op het project ook te eten krijgen. We kregen een banaan (al het fruit smaakt hier anders, veel 'echter', lekkerder ;-) ook pinda's, en een samosa, een gefrituurd bladerdeeg broodje met groenten erin.



Daarna gingen we op huisbezoek, met onze groep van 6 personen, en 2 mensen van Compassion. We vertrokken in de bus en reden de sloppenwijk in. De weg liep voortdurend naar beneden, met veel gehobbel en gebobbel. Bij het uitstappen werden we aangegaapt, 'mzungu's (hun woord voor blanken) zijn we. We liepen over de weg, tussen de hutjes door, kropen door een spleet en kwamen op een kleine binnenplaats. De moeder pakte een sleutel en opende het hangslot aan de deur, we mochten allemaal naar binnen. De deur moest open blijven, want het hutje, gemaakt van riet en klei, met een zeil op de grond, had geen ramen. De ruimte werd gescheiden in 2 gedeeltes door een kleed. We hoorden van de moeder, die met neergeslagen ogen vertelde, dat zij en haar man 7 kinderen hebben. Ze werken 's avonds; ze verkopen schoenen.
Het was een indrukwekkend bezoek, wat we afsloten met gebed voor elkaar.

Weer terug op het project kregen we lunch. Dat was ook heerlijk; rijst met kip en groenten!

Daarna heb ik spelletjes gedaan met de kinderen, die ik had mee genomen.



Ook met Tillo werd gespeeld, de jongere kinderen vonden hem soms maar spannend (die bewegende bek ;-) maar na een tijdje wilden ze het zelf eens proberen om met hem te praten ;-)



Ik geniet erg van die interactie met de kinderen.






woensdag 19 februari 2020

Gearriveerd!

Na een lange, maar goede vlucht, zijn we vanavond gearriveerd in Uganda!
Tillo (het handpopschaap ;-) had een prachtig uitzicht onderweg!
We zagen bergen met sneeuw op de toppen, en heeel veel geel zand, en allemaal zandbergjes toen we over de woestijn vlogen. Inmiddels zijn we in het hotel, en omdat het hier 2 uur later is dan in Nederland, is het hoog tijd voor bed.
Eerst maar eens slapen, en dan gaan we morgen op project bezoek!

zondag 16 februari 2020

Naar Uganda!

Sinds een aantal jaar ben ik de schrijfsponsor van 2 kinderen die we sponsoren bij ons in de kerk, via de zondagschool. Patrick en Aidah zijn inmiddels een begrip bij alle kinderen van de zondagschool.
Een aantal jaar hebben we ook in de maand mei allerlei spelletjes en acties gedaan met/bij de zondagschoolkinderen, naast dat het leuk en gezellig was, bracht het ook altijd een mooi bedrag op, en dat stuurden we dan als extra gift naar Patrick en Aidah in Uganda. Daar werd dan meestal een koe/geiten/kleding/eten mee gekocht, en vaak kregen we daar dan een foto van, die ik dan deelde voorin de gemeente.
Mary hielp me altijd met de uitvoering, en op een keer kwamen we op het idee om een handpop aan te schaffen die we dan zouden gebruiken in de meimaand. We zochten naar handpoppen, en algauw viel de keus op een schaap. Mary noemde hem Tillo, en zij zou degene zijn die de pop bespeelt/laat praten, zij heeft daar ervaring mee.

Sindsdien zijn Tillo en ik een soort duo geworden; we brengen samen met enige regelmaat voorin de kerk, aan het begin van de dienst, verslag uit van wat Patrick en Aidah hebben geschreven in hun brieven.


Toen ik voorjaar 2019 las dat Compassion een sponsorreis ging organiseren, deelde ik dat langs m'n neus weg met Mary. Ze was meteen enthousiast, en vroeg of ik niet mee wilde. Dat leek me zeker leuk, maar zo'n reis is best duur. Daar viel wel een mouw aan te passen, dacht ze, we konden wel weer acties houden.
Ik twijfelde. Een paar honderd euro is wel te doen...maar 2000...dat is een ander verhaal...
Mary zei me eerst maar te informeren of er nog plaats was. Ik mailde, en er bleken nog een paar plekjes beschikbaar...dus ik moest snel beslissen.
Geen tijd dus om een om een waterdicht plan te maken, zodat die financiën zéker goed zouden komen... want dat vond ik eigenlijk wel noodzakelijk.
De keus was, óf aanmelden in het geloof dat het wel goed zou komen, en het in Gods handen leggen... of niet aanmelden... dat leek het 'veiligst'...
Aangemoedigd door Mary, koos ik, met een bibberend hart, voor het eerste ;-)

Daarna volgden maanden van ideeën uitwisselen en van alles bedenken. Uiteindelijk wisten we het; we zouden etenswaren gaan verkopen, elke zondag na de dienst. En Tillo zou helpen met de marketing ;-)
En dus namen we filmpjes op, waarin Tillo en ik tosti's, soep of taartjes klaarmaakten, en reclame maakten voor ons product ;-)
Dat was heel leuk, en het verkocht goed!
Toen de tijd ging dringen... bleek dat we de helft van het geld binnen hadden. Ik opperde dat het ook nog wel een idee was om na de reis door te gaan met verkopen, tot alle kosten gedekt waren.
Toen begonnen er anonieme giften binnen te komen, van gemeenteleden. Tot m'n verbazing... zorgden zij er met z'n allen voor dat de rest van het bedrag binnen kwam.
Ik voelde me zo klein...

We hadden zelfs nog een aantal weken over, en gingen door met de verkoop, om te sparen voor cadeautjes die ik mee zou nemen, voor de kinderen die ik zou gaan ontmoeten.
Naast dat ik Patrick en Aidah ga ontmoeten, ga ik ook 'onze' Jonathan zien, en Mercy, het sponsorkind van een echtpaar uit onze gemeente, waar ik mee mag schrijven.

En Molly, een 18 jarige jongedame, die ik onlangs ben gaan sponsoren. Ik ben sinds oktober op de woensdagmorgen een christelijk peutergroepje gestart bij mij thuis (als een soort alternatief voor de reformatorische peuterspeelzaal op ons dorp, die dicht ging). Ik vind het heel leuk om te doen, en het loopt heel goed. Het peutergroepje heet 'Molly's vriendjes', want met de opbrengst van de peutergroep, sponsor ik Molly.
Het leuke is dat we het project van Molly ook gaan bezoeken, dus ik kan haar 2 dagen zien, ipv 1.


Ik ging op zoek naar duurzame cadeautjes.
En zo vond ik hele leuke solar lampen, 'little sun'.
Hier is te zien hoe ze op een school in Rwanda worden uitgedeeld, en legt iemand uit wat het voor haar betekent om zo'n lamp te hebben.


Solar Schools Rwanda - Little Sun Foundation from Little Sun Foundation e.V. on Vimeo

Ik heb 6 van die lampjes gekocht,
en 2 extra voor de huisbezoeken die ik ga doen bij gezinnen.
De lampjes heb ik gekocht bij Op zijn plek.


Ik heb ook nog wat spelletjes gekocht (Uno schijnt een succes te zijn, liet ik me vertellen) én, ik kocht ook een nieuwe schaap-handpop; een vriendje voor Tillo; Twinkie. Tegen de zondagschoolkinderen hebben we gezegd dat hij in het engels mekkert, dus daarom reist hij mee naar Uganda, en dan blijft hij daar; in het Compassion project van Patrick en Aidah ;-)

Ik heb er zin in.... nog 2 nachtjes slapen...

vrijdag 14 februari 2020

Perspectief

Vandaag komt de laatste cd uit van Kinga Ban.
Onlangs kwamen al 2 nummers online, en die heb ik meteen geluisterd.
Zó ontroerend om haar nieuwe liederen te horen zingen, terwijl ze al maanden geleden is overleden.
De liederen gaan over haar toekomst perspectief.

'Al het goede', vind ik één van de mooiste ♥


Vorige week viel de eerste Sestra Mama (een opvolger van Jente) op de mat. Daarin stond een interview met een moeder die een dochtertje op 6 jarige leeftijd plotseling heeft verloren, en over de weg daarna, en hoe dat gaat in haar gezin.
De laatste alinea vond ik heel mooi, en deed me ook aan Kinga (en haar gezin) denken...

"In het gezin leeft Miriam nog elke dag voort.
'Ze leeft, zo denken wij aan haar. Zo vroeg onze oudste of we voor Miriam konden bidden.
"Natuurlijk", zei ik, "het is gewoon alsof ze logeert bij God".
"Nee hoor", zei hij, "Miriam is thuis, wíj zijn aan het logeren".*

Over perspectief gesproken...
Door de ogen van een kind ♥

* Uit: Sestra Mama, nummer 1, voorjaar 2020

maandag 10 februari 2020

Jonathan en Jonathan



In september 2019 was het dan zover; ik kreeg bericht dat 'onze (tweede) Jonathan' het Compassion project ging verlaten; hij zou die maand 20 jaar worden. Ik wist al jaren dat het er aan zat te komen, maar het was toch een gek idee; we zijn 13 jaar zijn sponsor geweest!
(in 2014 was er sprake van dat we vervroegd afscheid moesten nemen, ivm sluiting van zijn project, maar hij is toen overgeplaatst naar een ander project.)
Het gaat goed met hem; hij studeert voor Biologie leraar.
Links zie je de eerste foto die we van hem kregen, en rechts de laatste.
Ik ontving een laatste mooie brief van hem. Hij schreef dat hij het enerzijds moeilijk vond om deze periode af te sluiten ('want dan kunnen we geen brieven meer schrijven') maar anderzijds ook vooruit kijkt. En ook terug; hij refereerde aan mijn bezoek in 2009, en aan de liedjes die we op het strand bij m'n gitaar hadden gezongen, over meer gaan lijken op Jezus en dicht bij Hem willen leven. Het ontroerde me dat hij die herinnering ophaalde. 

We blijven voor altijd 'ver-weg-familie' van elkaar ♥

Ik besloot al snel dat er een nieuw jongetje met de naam Jonathan zijn plekje in zou nemen. En deze keer uit Afrika, uit Uganda, wánt ik had me opgegeven voor de Compassion sponsorreis naar Uganda in 2020, dus dan zou ik hem meteen kunnen zien!
Compassion NL had geen Ugandese jongetjes in het bestand met die naam, dus keek ik op de Amerikaanse site. Daar stonden er wel 10! Na een paar dagen van bidden en denken maakte ik m'n keus.
Jonathan is 4 jaar en woont in het noorden van Uganda.
En ik vind het echt een ongelofelijk idee... dat ik hem over iets meer dan 2 weken al ga zien!

*wordt vervolgd* ;-)



**Sinds 2006 sponsoren wij een kind met de naam Jonathan, ter nagedachtenis aan ons zoontje Jonathan* die we in 2003, vlak na de geboorte verloren hebben. We vinden het een mooie gedachte, dat we, op deze manier, indirect, voor een Jonathan kunnen zorgen.**