maandag 27 december 2010

Kerst 2010...

Na maanden oefenen, was het dan zover, werden we geschminkt, en voerden we tijdens de kerstnachtdienst in Steenbergen ons ingestudeerde mime/toneelstuk 'Handen' op.
Samen met Leah liet ik zonder woorden zien hoe goed God de mens gemaakt had, hoe de mens zich van God afkeerde, beelden we uit hoe alles daardoor veranderde, en kwam Jezus op, die een lamme, blinde, een belaste vrouw, bezetene en zelfs een 'dood' kind opwekte. Daarna werd Jezus verafschuwd, gegeseld en bespugd en tenslotte aan het kruis geslagen.

'Gelukkig bleef Hij niet aan het kruis, maar Hij stond op uit de dood, Jezus Christus leeft! En nog steeds vandaag reiken Zijn handen in liefde naar u uit.
Wilt u niet buigen, Zijn liefde aannemen en Hem aanbidden?'


Op onderstaande foto is te zien welke keuze ik uit mocht beelden.


Zondagmorgen gingen we naar de kinderkerstdienst in de gemeente.
Sara en ik allebei 'dressed like a Mary' ;-)
Daar werd het kerstverhaal verteld, door de 3 oudsten en nog 2 mensen uit de gemeente. Ze kwamen om beurten op als Maria, Jozef, Wijze, Koning Herodus en Herder, en vertelden hun verhaal. Tussendoor zongen we liederen.
en toen dachten veel mensen dat ik ook een rol had in de kerstvertelling als Elizabeth ofzo, het is natuurlijk ook heel ongewoon om je 'zomaar' zo te (ver)kleden ;-)
's Middags en 's avonds hebben we genoten van het gezelschap van vrienden, die hun poesje hadden meegenomen, waar Loïs natuurlijk idolaat van was. Het poesje werd geen moment rust meer gegund, de eerste paar uurtjes was dat echt heel schattig, maar daarna hebben we poezemoes toch maar, voor z'n eigen bestwil, naar huis gebracht, wat natuurlijk veel tranen van ons kleine meisje opleverde. Niet alleen tranen trouwens, ook een boze bui ;-)


En er is ook weer het nodige gebakken en geknutseld, bijvoorbeeld deze lieve lantaarntjes, die ze van school mee hadden gekregen. Ik heb hem nog voor Loïs gekopieerd, en zo hadden we 3 lichtjes.

zondag 26 december 2010

Tijdloze, grenzeloze liefde


Niet aan tijd gebonden ziet God ons allemaal. Van de oerwouden van Virginia tot het zakencentrum van Londen; van de Vikingen tot de astronauten, van de holbewonders tot de koningen, van de huttenbouwers tot de vingerwijzers tot de stenenstapelaars, Hij ziet ons allemaal. Landlopers en schooiers, Hij zag ons voor we geboren waren.
En Hij houdt van wat Hij ziet. Overspoeld door emotie. Overmand door trots richt de Sterrenmaker zich tot ons en zegt tegen ieder van ons; 'Je bent mijn kind. Ik houd ontzettend veel van je. Ik weet dat je je op een dag om zult draaien en bij Mij vandaan zult gaan.
Maar ik wil dat je weet dat Ik al heb voorzien in een weg terug.'
En om dat te bewijzen deed Hij iets buitengewoons.
Hij stapte van de troon, trok zijn mantel van licht uit en wikkelde zichzelf in huid: een mensenhuid.
Het licht van het heelal kwam een duistere, vochtige baarmoeder binnen.
Hij die wordt aanbeden door engelen nestelde zichzelf in de placenta van een plattelandsmeisje, werd geboren in een koude nacht en sliep op het hooi van de koeien.
Maria wist niet of ze Hem melk of lofprijs moest geven, maar ze gaf Hem beide aangezien Hij, voor zover zij kon bedenken, hongerig en heilig was.
Jozef wist niet of hij Hem Junior of Vader moest noemen. Maar uiteindelijk noemde hij Hem Jezus, want dat had de engel tenslotte gezegd en bovendien had hij geen flauw idee hoe je een God die je in je armen kan wiegen anders moest noemen....
Denk je niet dat.... hun hoofd tolde en dat hun gedachten zich afvroegen: 'Waar bent U in hemelsnaam mee bezig, God?' Of, liever gezegd: 'God, wat doet U in hemelsnaam op aarde?'
'Is er iets dat ervoor kan zorgen dat Ik ophoudt met van je te houden?' vraagt God. 'Kijk hoe Ik je taal spreek, op jouw aarde slaap, jouw pijn voel. Let eens op de maker van zicht en geluid als Hij niest, hoest en zijn neus snuit. Vraag je je af of Ik wel begrijp hoe jij je voelt? Kijk eens in de dansende ogen van het kind in Nazaret; dat is God die naar school loopt. Kijk naar de druemes aan Maria's tafel; dat is God die met zijn melk knoeit.'
'Vraag je je af hoe lang mijn liefde zal duren? Vind je antwoord aan een ruw kruis, op een woeste helling. Daar zie je Mij, je maker, je God, vastgespijkerd en bloedend. Bedenkt met spuug en doordrenkt met zonde.'
'Het is jouw zonde die Ik voel.
Het is jouw dood die Ik sterf.
Het is jouw opstanding die Ik leef.
Zoveel houd Ik van je'.

Uit: 'Het geschenk, verwondering bij de kribbe. Van Max Lucado

zaterdag 25 december 2010

Het opmerkelijke plan van de liefde


Zittend achter zijn grote bureau doet de Auteur zijn grote boek open. Er staan geen woorden in. Er staan geen woorden in omdat woorden niet bestaan. Er bestaan geen woorden omdat er geen woorden nodig zijn. Er zijn geen oren om ze te horen, geen ogen om ze te lezen. De Auteur is alleen. Hij pakt de grote pen en begint te schrijven. Zoals een schilder zijn kleuren verzamelt en een houtsnijder zijn gereedschap pakt, vergaart de Auteur zijn woorden bijeen.
Het zijn er drie. Drie losse woorden. Uit deze drie zullen miljoenen gedachten voortkomen. Maar uit deze drie woorden komt ook een verhaal.
Hij pakt zijn ganzenveer en spelt de eerste. T-i-j-d.
Tijd bestond niet totdat Hij het opschreef. Hijzelf is tijdloos, maar zijn verhaal wordt opgeborgen in tijd. In het verhaal zou de zon voor het eerst opgaan, het zand voor het eerst verplaatsen. Een begin.... en een einde. Een laatste hoofdstuk. Hij kent het voor Hij het opschrijft.
Tijd. Een voetbreedte op het spoor van de eeuwigheid.
Langzaam en teder schrijft de Auteur het tweede woord. Een naam.
A-d-a-m.
Terwijl Hij schrijft ziet Hij hem, de eerste Adam. Dan ziet Hij alle anderen. In duizend tijdperken in duizend landen. De Auteur ziet hen. Elke Adam. Elk kind. Liefgehad vanaf het begin. Voor altijd liefgehad. Voor een ieder bepaalt Hij een tijd. Hij wijst iedereen een plaats aan. Geen ongelukken. Geen toevalligheden. Slechts ontwerp.
De Auteur doet een belofte aan deze ongeborenen: Naar Mijn beeld zal Ik je maken. Je zult zijn als Mij. Je zult lachen. Je zult scheppen. Je zult nooit sterven. En je zult schrijven.
Ze moeten. Want elk leven is een boek. Geen boek om te lezen, maar meer een verhaal dat moet worden geschreven. De Auteur laat elk levensverhaal beginnen, maar iedereen zal zijn of haar eigen slot schrijven.
Wat een gevaarlijke vrijheid. Het zou veel veiliger zijn om voor elke Adam het verhaal af te maken. Om iedere optie vast te leggen. Dat zou veel eenvoudiger zijn geweest. En veel veiliger.
Maar het zou geen liefde zijn geweest.
Liefde is alleen liefde als ervoor gekozen is.
De Auteur besluit dus om ieder kind een pen te geven. 'Schrijf voorzichtig', fluistert Hij.
Liefdevol en weloverwogen schrijft Hij een derde woord, terwijl Hij de pijn al voelt. I-m-m-a-n-u-e-l.
Het grootste brein in het heelal bedacht tijd. De rechtvaardigste rechter verleende Adam een keuze. Maar het was de liefde die ons Immanuel gaf, God met ons.
De Auteur zou zijn eigen verhaal binnengaan.
Het Woord werd vlees. Hij zou ook geboren worden. Hij zou ook mens zijn. Hij zou ook voeten en handen hebben. Hij zou ook tranen en problemen kennen.
En het belangrijkst, Hij zou ook een keuze hebben. Immanuel zou op de kruispunten van leven en dood staan en een keuze maken.
De Auteur weet wat het gewicht van die beslissing is. Hij stopt even terwijl Hij de pagina van zijn eigen pijn schrijft. Hij kan stoppen. Zelfs de Auteur heeft een keuze. Maar hoe kan een Schepper niet scheppen? Hoe kan een Schrijver niet schrijven? En hoe kan Liefde niet liefhebben? Dus kiest Hij voor het leven, hoewel het de dood betekent, in de hoop dat zijn kinderen hetzelfde zullen doen.
En zo maakt de Auteur van het Leven het verhaal af. Hij slaat de spijker in het vlees en rolt de steen voor het graf. Hij weet welke keuze hij zal maken. Hij weet welke keuze alle Adams zullen maken. En daarom schrijft Hij: 'Einde', sluit het boek en kondigt een begin aan.
'Er zij licht!'

Uit: Het geschenk, verwondering bij de kribbe. Van Max Lucado

zaterdag 18 december 2010

Our little Mary...


Al dagen keek ze uit naar de kerstviering die op school gevierd ging worden. Na het avondeten zei ze; 'Mam, ik wil zo'n doek aan, net als die meisjes in de kerk toen op hadden toen het over het Israël feest ging en ze gingen dansen'. (We hadden eind november een kinderdienst gehad met als thema het soekotfeest uit Israël.)
Ze had haar zwart fluwelen jurkje al aan, en daarbij zochten we een kleurige sjaal, die ze over haar hoofd deed, en haar roze prinsessenhaarband er om heen om hem goed op te kunnen houden.


Op school mocht zij voor de microfoon het 'kaarsenliedje' wat ze geleerd hadden opzeggen, en de vijfde kaars aan steken. Ze deed zo haar best, ons kleine 'Mariaatje'...

Kaarsenliedje

Steek één kaarsje aan.
Kerstfeest is nog ver.
Kijk eens naar het vlammetje.
't lijkt wel een ster!

Steek twee kaarsen aan.
Het licht wordt groter nu.
Donker gaat verdwijnen.
Heer, wij danken U!

Steek drie kaarsen aan.
Helder is hun schijn.
't Duurt nog een klein poosje,
dan zal 't kerstfeest zijn.

Steek vier kaasen aan.
't Feest komt dichterbij.
Jezus is voor ons geboren.
Kom, wees blij!

Grote kaars, ik steek je aan,
want het Licht is nu gekomen.
Wie het horen wil, die hore:
Jezus is geboren.


Zooo schattig....;-)

maandag 13 december 2010

Verhaal: 'Armando' - slot

De donkere nacht valt over Manilla. Armando ligt stil op z'n matje. Z'n handen gevouwen op z'n bolle buikje, z'n ogen gesloten, maar zijn lippen bewegen, want Armando praat met God. Hij vraagt, of hij naar Jezus toe mag komen, want z'n lijfje doet zo'n pijn. Armando zucht: 'Amen'. Hij opent zijn ogen. Door een gat in het dak ziet hij heel duidelijk een schitterende ster, 'daarachter woont God', denkt Armando. Het is heel stil, Armando hoort alleen zijn eigen, langzame ademhaling. En dan, opeens, hoort Armando een stem, die zegt; 'Volg Mij!' Armando kijkt om zich heen in de hut, maar hij ziet niemand. En toch weet hij zeker dat hij een stem hoorde, of was die alleen maar in z'n hoofd!? En dan wordt Armando opeens heel blij, die stem, dat was Jézus' stem, en Jezus vroeg hem, Armando, om hem te volgen naar Zijn hemelse paradijs, naar mama en Raja! 'Oma!', roept Armando door de stilte van de nacht. Oma komt, langzaam, haar uitgeputte lichaam wil niet meer zo. In het donker ziet de ze glinsterende ogen van haar kleinzoon, en hoort zijn zachte, opgewonden stem als hij zegt: 'Oma, ik ga met Jezus mee! Hij heeft me net geroepen! Hij zei: 'Volg Mij!', heeft u het niet gehoord, oma!?' Oma schudt ontkennend haar hoofd. Armando kijkt weer door het gat naar buiten, en 't is net of de ster hem wenkt. 'Oma...ik mag komen...naar Jezus! Dág oma...groet tante....Christine van me...tot stráks...Jezus... ik kom...' en met zijn ogen gericht op de ster, sterft het kind van Amanda. Armando-Jedidjah, want God houdt van dit kind. Hij mag nu voor eeuwig bij Jezus zijn, bij zijn mama, en bij Raja.

En op het moment dat Armando oma roept, en haar vertelt van Jezus' stem die hem riep, wordt Christine midden in de nacht wakker. Haar gedachten zijn meteen bij Armando. Ze maakt zich zorgen om het jochie. Ze vouwt haar handen, sluit haar ogen, en bid, voor Armando. Ze bidt, en vraagt om zijn bescherming, juist op het moment dat Armando's ziel door de engelen naar de hemel gedragen wordt....

Mijn pijn in haar hart kijkt oma neer op haar pas gestorven kleinkind. Toch voelt ze ook een soort blijdschap, omdat ze nu weet dat Armando daar is, waar geen honger en verdriet is, daar, waar Armando zó naar verlangde, maar ook pijn, omdat ze hem niet kan missen, ze was zó aan hem gehecht. Ze heeft zich zo vaak getroost door zijn kinderlijk geloof in God. Ze gaat naast hem liggen, en drukt zijn ogen, die nog steeds naar de ster staren, toe. Die nacht slaapt oma niet veel meer.

De volgende morgen vroeg, komt Christine de hut binnen. Ze ziet oma naast Armando liggen, en ziet in één oogopslag dat het kind gestorven is. De medicijnen worden nu bij oma toegediend, en ook het voedzame eten wordt door oma opgegeten. Dan worden oma en Armando overgebracht naar de zendingspost. Daar wordt Armando's lichaampje gewassen, en krijgt hij de kleertjes aan die Christine beloofd had. Theo timmert een kistje voor Armando, daar wordt Armando ingelegd. Zo heel vredig ligt hij daar, voor de laatste keer op aarde de handjes gevouwen op zijn dikke buikje en z'n oogjes gesloten.
't Is net of hij bidt', zegt oma, als ze samen met Christine voor het laatst naar Armando kijkt. Christine knikt. 'Hij is nu bij Jezus en Zijn Vader, waar hij zo naar verlangde, oma'. Oma knikt.
'Dag Armando, tot stráks!', zegt ze rustig. Daarna wordt Armando begraven, achter de zendingspost. Samen zingen ze bij zijn grafje nog een keer het versje....

'Er gaat door alle landen,
een trouwe Kindervriend,
geen oog kan Hem aanschouwen,
maar Hij, ziet íeder kind,
de hemel is zijn vaderland,
hij is des Heeren afgezant.

Voor kinderen, groot en kleine
is Hij de trouwe Heer,
Hij hoort naar hun gebedjes
en redt hen keer op keer,
ook als zij slapen in de nacht
houdt Hij over hen getrouw de wacht....'

zondag 12 december 2010

Verhaal: 'Armando' - deel 11

Het gaat niet goed met Armando, hij raakt erg ondervoed. Elke avond bidt Armando, en dan vraagt hij aan zijn hemelse Vader of hij snel bij Hem mag komen, Hij heeft Raja immers ook al gehaald!?
In Manilla is de situatie echt vreselijk. Er is bijna niet meer aan eten te komen.
Twee dagen na Raja's begrafenis komt tante Christine langs. Met pijn in haar hart ziet ze het kindje van haar vriendin liggen. Ze onderzoekt hem. Ondervoeding, TBC is haar conclusie. O, kón ze hem maar helpen, ze ziet zijn verzwakte lichaampje, zijn uitgebluste ogen, en weet, ze kan hem niet helpen. Armando vertelt haar van Raja, en dan begrijpt ze de pijn en het verdriet in zijn ogen. Hij vertelt haar ook van zijn gebeden, dat hij bidt of hij naar God, mama en Raja mag komen. En deze keer verbiedt tante Christine het hem niet om daar om te bidden. Nee, ze zegt juist: 'Ik denk, Armando, dat je gebeden verhoord zullen worden, jongen....' Armando's ogen glanzen, maar Christine's hart doet pijn. 'Ik kom je morgen eten en medicijnen brengen, en ik heb ook nog kleren voor je. Vindt je dat goed?!', zegt Christine vriendelijk tegen het doodzieke kereltje. Hij knikt. Ze wil weggaan, maar Armando houdt haar handen vast. 'Zing nog eens voor me, tante Christine, van 'Er gaat door alle landen'...?', smeekt hij. Met trillende stem van emotie begint Christine zijn lievelingslied te zingen. Armando sluit zijn ogen. Ze voelt het smalle handje in de hare, haar hart breekt, haar stem stokt. Armando opent zijn ogen, en zegt zacht: 'Zing nu verder, tante Christine', ze zingt verder 'de hemel is Zijn vaderland...', een gelukkige glimlach komt op Armando's gezichtje bij die woorden. Als het uit is, gaat Christine naar oma. Maar voor ze weggaat, gaat ze nog even naar Armando. Ze geeft hem een kus en ze kijken elkaar aan. 'Tot morgen, Armando', zegt Christine zacht, terwijl ze op hem neerkijkt. 'Tot stráks, tante Christine!', zegt Armando. Na een laatste, peinzende blik op het kind geworpen te hebben, verlaat Christine de hut. 'Tot straks', die woorden had ze meer gehoord....

zaterdag 11 december 2010

Verhaal: 'Armando' - deel 10

Manilla wordt geteisterd door een besmettelijke ziekte. Er is nood in de stad! Want door deze ziekte is de handel, de voedseltoevoer, sterk afgenomen. Op de markt, waar anders tientallen kraampjes stonden, staan er nu nog een stuk of 7. En wíl je dan wat hebben, dan moet je al bijna een dag van te voren al gaan staan, want de koopmannen zijn in 5 minuten uitverkocht. Armando struint de vuilnisbelten af, maar daar is nu nog veel minder te vinden dan anders. Het jochie is niet veel anders dan vel over bot, een groot hoofd met grote bruine ogen, en een bolle buik van ondervoeding. De honger knaag aan zijn ingewanden. Er zijn al heel veel mensen gestorven. Hun buurvrouw ook al, en nu neemt Armando elke dag hun 3 jarig zoontje mee als hij op eten uit gaat, en samen delen ze alles. Met oma gaat het ook zo slecht, ze geeft zoveel mogelijk eten aan Armando, maar die wil dat niet altijd.
Op een dag, strompelt Armando weer met Raja, zijn buurjongetje, over de vuilnisbelt. Ze zien dat er weer nieuw afval bij is gestort, en daar is nog niemand bij geweest. Zo snel als hun magere benen hun maar dragen kunnen, hollen ze er heen. Als ze er aan komen, beginnen ze meteen te graven. Na één minuut zakt Raja al uitgeput neer; en hij heeft nog niets gevonden. Armando is ook al moe, maar verwoed zoekt hij verder. Ah! Daar heeft hij wat! Triomfantelijk vist hij een half verrotte koolstronk van tussen de troep. Hij breekt hem eerlijk in tweeën, en geeft Raja de ene helft. Zelf steekt hij de andere helft in zijn mond, het laatste stukje bewaart hij voor oma. Hij tilt Raja op, en loopt met hem naar de beek die door de vuilnisbelt stroomt en laat hem drinken, zelf heeft hij ook dorst. Dan keren ze terug en zoeken nog even verder. Raja vindt nog een beschimmelde worst, die hij zorgvuldig onder z'n kleren verbergt. Dan gaan ze terug. Oma is blij met het stukje kool! Nadat de schimmel een beetje van de worst is verwijderd, smaakt die ook best lekker.

Met Raja gaat het snel achteruit. Na een week is hij al zo zwak geworden dat hij niet meer mee kan met Armando om voedsel te zoeken. Elke avond bezoekt Armando zijn kleine vriend trouw en neemt altijd wat voor hem mee, maar Armando's trouwe zorg mag niet baten; na 4 dagen overlijdt Raja. Armando moet hem alleen begraven, want oma kan de hut ook al niet meer uit. Als Armando het gat heeft dichtgestopt, moet hij toch huilen. Zijn jonge hartje wordt verscheurd door verdriet, om het verlies van zijn kleine vriend, Raja was voor hem als een broertje geworden. Zijn tranen vallen op de omgewoelde aarde die Raja in zich verbergt. Armando schreeuwt zijn verdriet uit en werpt zich op de vochtige aarde en de kreten van zijn grote verdriet weerklinken over de grote vuilnisbelt. Maar behalve de echo, blijft het stil. Akelig stil. Met het hoofd op zijn armen blijft het jochie snikkend liggen. Maar als hij hoort dat er andere kinderen komen, staat hij snel op, en klopt de rode aarde van zijn lichaam en kleren. Nog één keer werpt hij een blik op het plekje waar hij Raja weet, en dan loopt hij zo hard hij kan weg. Buiten adem gooit hij zijn lichaam neer op zijn matje in de hut. Oma zegt niets, ze begrijpt hem wel. Ze ziet zijn roodbehuilde ogen en zijn besmeurde handen en gezichtje. 'Raja is nu bij de Here, Armando, daar zal hij geen honger of pijn en geen verdriet meer hebben', zegt ze zacht. Als oma dat zegt begint hij weer te huilen. Gierend en met lange uithalen, heel zijn smalle lichaampje schokt. Troostend trekt oma hem naar zich toe en tegen haar borst mag hij uithuilen, tot hij uiteindelijk in slaap valt...

vrijdag 10 december 2010

Verhaal: 'Armando' - deel 9

Het is ongeveer 4 jaar later. Armando is nu 5 jaar. Hij woont nog steeds bij zijn oma. In de hut. In Manilla. Op de vuilnisbelt. Oma heeft hem al heel veel vertelt over mama, van haar zorg voor hem, haar geloof in Jezus en haar sterven. 'En', zei oma, 'dat kruisje aan het kettinkje aan je hals, daar moet je heel zuinig op zijn, dat heb je van mama gekregen'. En geloof maar dat Armando er zuinig op is! Pas trok Kyle er nog aan, en zei hij dat hij het gek vond, maar Armando zei dat het helemaal niet gek was, en dat hij dat van mama gehad had, en dat dat betekent dat hij Jezus geloofd. Oma heeft hem, Armando, leren bidden, en vertelt hem altijd hele mooie verhalen uit de Bijbel, over Jezus. En tante Christine kan nóg mooier vertellen, maar dat is al een jaar geleden dat hij haar gezien heeft, dat is wel jammer. Zij heeft mama ook gekend, en ze zei dat zijn mama en hele lieve mama was. Armando vindt het zó jammer, dat mama al bij Jezus is. Hij wil haar ook zo graag kennen. Hij bidt wel eens tot God of mama nog eventjes terug mag komen. Dat heeft hij wel eens aan tante Christine verteld. Maar zij zei dat Jezus wel naar hem luisterde, maar hem niet zijn mama terug kan geven, want mama is immers al in de hemel. Dus moet hij dat maar niet meer vragen. Dat vraagt Armando nu niet meer. Nu vraagt hij altijd, elke avond, aan Jezus, of hij ook gauw in de hemel mag komen...

Het is dinsdag. Armando slentert met Kyle door Manilla. Ze zoeken eten, want ze hebben honger. Langzamerhand komen ze bij de markt aan. Ze slenteren langs de kraampjes. Opeens horen ze een hoop geschreeuw. Een man komt hard aanhollen, met een man achter zich aan met een rood hoofd. Een dief! Armando ziet de dief op zich afkomen, en bedenkt zich geen ogenblik. Stélen! Dat mag niet van God! Hij moet helpen om die dief te pakken! Eerst gaat hij aan de kant, maar als de man vlak bij is, steekt hij snel z'n voet uit. De dief valt, met de woedende man die achter hem loopt over hem heen. 'Nú heb ik je! Lelijke dief!', hijgt zijn achtervolger boos, terwijl hij de man stevig in zijn dikke nek pakt. Deze kreunt, en probeert onder het zware gewicht vandaan te komen, maar dat lukt niet, want imiddels zijn er nog een paar marktverkopers bij gekomen, de sieraden worden de dief snel afgenomen, en onder het gehoon van de verkopers kiest hij snel het hazepad. Nog nahijgend van het harde lopen kijkt de koopman de jongens aan. Eerst Kyle, en dan Armando. Dan valt zijn oog op Armando's kettinkje. Ze zien zijn gedachten rondtollen. 'Hoe heet jij?', vraagt de koopman gespannen aan Armando. 'Ik heet Armando', antwoordt het jongetje rustig. 'Waar is je moeder?', is zijn volgende vraag. 'Mama, die is in de hemel, bij Jezus'. 'Wil je even met me meekomen?', vraagt de koopman aan Armando. Ze lopen achter hem aan naar zijn kraampje. De koopman legt de sieraden terug, en vertelt dan aan Armando over zijn moeder, over haar eerlijkheid en haar zorg voor hem, Armando, haar kind. 'Maar hoe wist u dan dat ik Armando was!?' vraagt Armando nog steeds een beetje verbaasd. 'Ik zag je kettinkje met het kruisje eraan, ik was je moeder nooit vergeten, en ik wist gelijk dat jij Armando moest zijn'. Armando knikt. De koopman poetst zijn kettinkje nog eens op, en dan gaan ze. Armando moet de koopman beloven nog eens langs te komen, en dat doet hij graag. Van het geld dat hij van de kooopman krijgt, koopt hij eten voor hemzelf en Kyle, en voor oma.

Als Armando thuis komt in de hut, is oma er niet. Armando wrijft over zijn te dikke buikje. Hij heeft honger, waarom is oma er nu niet? Hij legt de bananen, die hij van het geld van de koopman heeft gekocht, in de hut, en gaat weer naar buiten, om te kijken of hij oma toch niet ergens ziet. Maar nee, nérgens ziet hij oma. Een beetje verdrietig loopt hij terug naar de hut, hij had haar zo graag willen verrassen met de bananen, en nu is ze nergens! Als hij bij de hut aankomt, wil hij de flap optillen om naar binnen te gaan. Op hetzelfde moment schiet er een schim aan hem voorbij, die heel hard wegrent, met iets in zijn armen. Armando staat stokstijf van schrik, maar dan beseft hij dat die jongen zijn bananen jat!! Zijn hartje krimpt in één, dat iemand zo gemeen kan zijn! Tranen branden achter zijn ogen. Er is geen boosheid, alleen verdriet, omdat hij nu zijn bananen kwijt is, waar hij oma mee wilde verrassen maar ook omdat die jongen steelt, en daar doet hij God verdriet mee.
Armando gaat naar binnen en knielt midden in het hutje neer; 'Here, U hebt gezien hoe die jongen net m'n bananen heeft gestolen, dat is erg, wilt U hem vergeven, en zorgen dat oma gauw thuiskomt!?' Zijn kinderlijk vertrouwen wordt niet beschaamd, want even later stapt oma al binnen. Als Armando het allemaal vertelt heeft, strijkt om hem over zijn hoofd, en zegt:'Ja Armando, het is jammer van die lekkere bananen, maar het is goed dat je voor de dief gebeden hebt, dat deed Jezus óók aan het kruis, dat verhaal ken je wel he?' Armando knikt. Het doet hem goed dat oma zo praat. Maar 't is tóch jammer van die bananen! Hij had er juist zo'n zin in...!

donderdag 9 december 2010

Verhaal: 'Armando' - deel 8

En zo zit de moeder van Amanda een poosje later aan het ziekbed van haar dochter, dat haar sterfbed zal worden. Amanda kijkt haar moeder lang aan. 'Mama, zou jij voor Armando willen zorgen, als ik er straks niet meer zal zijn?' Moeder kan bijna niks zeggen, haar fluisterend 'ja' is nauwelijks te horen. Maar Amanda weet genoeg. 'Wil je hem dan ook over Jezus vertellen?' Weer is haar 'ja' bijna niet te horen, maar ze kijkt haar dochter recht aan, en Amanda wéét het; stiekum heeft haar moeder de laatste tijd met haar meegebeden en in haar hart heeft ze meegezongen als Amanda zong. Alleen....ze wilde het voor Amanda niet weten. Maar nú wel. Ze durft het haar dochter te beloven.
En dan vraagt Amanda aan Christine om haar kettinkje af te doen. Christine doet het, en geeft het aan Amanda. Het kindje ligt nog steeds op zijn vertrouwde plaatsje; in de holte van haar arm. En dan, doet Amanda het kettinkje bij haar zoontje om. Het kettinkje dat haar zo dierbaar is. Allen ontroeren als ze dat zien. Amanda's ogen glanzen zacht. 'Dat zal straks zijn enige aandenken aan mij zijn, een kostbaar teken', zegt ze zacht. 't Is net, alof ze het niet erg vindt om te moeten sterven. Als Christine dat haar vraagt, ze dat dat dat waar is. 'Want', zegt ze, 'ik ga nu naar mijn Vader toe, die altijd zo goed voor me gezorgd heeft!' Met zachte stem vertelt ze dan hoe vaak Hij haar uit en door moeilijke situaties heen geholpen heeft. "Ik vóél dat het niet meer lang zal duren voor ik naar Hem toe mag komen, Christine, wil je nog een keer een verhaal uit de Bijbel voor me vertellen?' Haar laatste wens. Christine kan bijna niet praten van verdriet, ze bewondert het vaste geloof van haar jonge vriendin, maar ze vindt het zo moeilijk om afscheid van haar te moeten nemen. Toch wil ze heel graag aan de laatste wens van haar vriendin vol doen. Ze denkt even na, en begint dan te vertellen.
Van Jezus, die als baby groeide in de schoot van Maria. Hoe hij geboren werd in een stal in Betlehem. En van de herders in het veld, die een grote schare engelen zagen, en hoorden zingen 'Ere zij God!'.
In de stilte die heerst is Amanda's zware, onregelmatige ademhaling goed hoorbaar. Maar haar ogen glanzen zacht. Het is heel stil. Opeens maakt Armando een geluid. Allen kijken naar het kleine kereltje. 'Hij wil dat we 'Er gaat door alle landen, een trouwe Kindervriend zingen'', zegt Amanda met hese stem. Dan zingen ze met z'n allen, Amanda voor het laatst voor haar kind. Armando kijkt z'n moeder onafgebroken aan. Hij ziet haar mond bewegen. Als het vers uit is, klinkt het opeens: 'Mama!' Dat zei Armando! Zijn mama glimlacht blij, en zegt langzaam: 'Dag mijn jochie, tot stráks!', ze heft haar hand op, en dan is Amanda Boven...

De anderen zitten bedroefd bij een. Snikkend zegt Christine; 'Amanda is nu bij haar Vader in de hemel, daar mag ze altijd zingen, samen met de engelen. Dat is onze troost, waar Amanda nu is, is het veel beter dan hier op aarde'. En zo wordt Amanda nog diezelfde dag begraven. Bij haar grafje zingen ze nog eenmaal het versje 'Er gaat door alle landen...' en Armando zegt weer 'mama'. Maar nu hoort ze het niet meer. Maar 't is net of Christine weer die zachte stem hoort, die bijna juichend zei; 'Dag mijn jochie, tot stráks!'
Na de begrafenis blijft Amanda's moeder nog 4 weken lang op de zendingspost. Samen met Christine zorgt ze voor Armando, die zijn moedertje ontzettend mist. Christine vertelt moeder ook nog heel veel uit de Bijbel, en samen bidden ze veel. Jezus is nu ook in het leven van de oma van Armando gekomen. O, als Amanda dát nog eens wist!

woensdag 8 december 2010

Verhaal: 'Armando' - deel 7

Het is nacht. Er heerst een diepe rust in het kamertje in de zendingspost van Manilla. Armando en zijn moeder slapen. Maar Christine slaapt niet. Ze kan en mag niet slapen. Ze moet waken, bij Amanda. Midden in de nacht wordt Amanda wakker. Ze vraagt waar ze is. En dan gaat Christine naar haar toe. Ze vertelt haar hoe ze haar heeft gevonden, en Amanda vertelt op haar beurt dat ze Christine aan het zoeken was. Ze vertelt haar van Armando's geboorte, van haar dankbaarheid maar ook van de reactie van haar moeder en van de anderen. Ook vertelt ze van haar buikpijn en de warmte-aanvallen. 'Christine, jij bent toch zuster, kun jij me niet onderzoeken en zeggen wat er met me aan de hand is?', vraagt ze haar vriendin, 'want ik moet immers voor Armando blijven zorgen!' Als ze dat zegt, springen er tranen in de ogen van Christine. Amanda ziet het. En dan vertelt Christine eerlijk van de dokter die geweest is, en dat hij gezegd heeft dat Amanda kanker heeft, dat er niets aan te doen is, en dat haar leven in Gods hand is. Ze legt Amanda uit wat er in haar buik aan de hand is. 'Dan is het goed, Zijn wil geschiede', zegt Amanda alleen maar.
Maar er rollen tranen uit haar ogen, 'Armando', zegt ze met gebroken stem, en ze kijkt naar het bundeltje in Christine's armen. 'Ik beloof je dat ik iemand zal zoeken die goed voor hem zal zorgen', zegt Christine tegen de geëmotioneerde Amanda. 'Ik moet maar aan moeder vragen of zij voor hem zorgen wil, want jij kunt het niet Christine, jij hebt het te druk met het zorgen voor alle zieken en iedereen die je hulp hier nodig heeft'. Christine knikt. 'Toch heb ik nog een jaar voor hem mogen zorgen', zegt Amanda met dankbaarheid en verdriet in haar stem. Armando wordt wakker en ligt naar z'n moeder te kijken. Voorzichtig legt Christine hem in de armen van zijn moeder. Tevreden kijkt hij Amanda aan. Amanda zingt zacht; 'Er gaat door alle landen, een trouwe Kindervriend'. Onafgebroken kijkt het kleintje z'n moeder aan, alsof hij begrijpt dat dit waarschijnlijk de laate keer zal zijn dat z'n moeder dat voor hem zingt. Amanda zingt het hele liedje uit, en dan zinkt ze vermoeid terug in haar kussen. Nadat ze samen met Christine gebeden heeft, legt ze het kleintje in de holte van haar arm, net als thuis, en spoedig slapen ze beiden in. Op haar tenen verlaat Christine de ziekenkamer.

De volgende morgen wordt Amanda wakker met een daverende hoofdpijn. Haar lichaam glóéít, ze heeft het gevoel dat ze in brand staat. Als Christine met de dokter bij haar komt, constateert hij dat Amanda een longontsteking opgelopen heeft, en dat is niet bevorderlijk in haar situatie. Christine's gezicht staat zorgelijk. Ze verlaat samen met de dokter de ziekenkamer, en maakt hem deelgenoot van haar zorgen. De dokter zegt dat de toestand nu heel kritiek wordt, en dat Christine Amanda's moeder moet waarschuwen. Christine roept Theo bij zich, een opgeschoten tiener die de meeste buitenwijken van Manilla op z'n duimpje kent. Hij gaat op zoek naar Amanda's moeder, en vindt haar in de hut. Het lukt Theo om haar zover te krijgen dat ze met hem mee gaat.
Ondertussen gaat Amanda snel achteruit. Amanda is er opmerkelijk rustig onder. Haar enige zorg is haar jongetje, haar lieveling. Daarom is ze blij als ze hoort dat haar moeder onderweg is naar haar toe...

dinsdag 7 december 2010

Verhaal: 'Armando' - deel 6

Als ze de volgende dag wakker wordt, voelt ze een rare bobbel in haar buik. Het doet een beetje pijn. Goed, opschieten maar. Snel gaat ze naar Leis. Die ontvangt haar hartelijk, hij is een een goed humeur. Ze neemt haar kranten op haar arm, en vraagt aan Leis of ze misschien wat eerder mag stoppen vandaag. Dat mag. Blij verlaat ze het pand. 't Is alsof de mensen het weten dat ze haar kranten snel kwijt wil, en ze haar dwars willen zitten, want na 2 uur heeft ze nog maar 3 kranten verkocht... Armando begint te woelen en draaien op haar rug, en Amanda krijgt steken in haar buik. Ze krijgt ook steeds warmte-aanvallen. Ze voelt zich beroerd. Als het middag is, gaat ze met haar overige kranten weer terug naar Leis. Die is gelukkig niet boos. 'Wilde de verkoop niet vlotten?', vraagt hij vriendelijk. Mistroostig schudt Amanda haar hoofd. 'Ga maar snel naar huis', probeert Leis haar te troosten. Ze knikt, en verlaat langzaam sloffend het pand. Eigenlijk voelt ze zich te beroerd om Christine te gaan zoeken. Maar ze móét, ze had er zo naar uitgekeken! Ze voedt haar zoontje en gaat op pad, naar het zuidelijke gedeelte van de stad Manilla, waar Christine zich zou moeten bevinden....

Haastig loopt een oudere vrouw door de vieze, schemerige straatjes van Manilla. Ze heeft haast, want ze zou rond etenstijd op de zendingspost zijn! En ze moet zeker nog een kwartier door Manilla lopen. Ze heeft een drukke dag achter de rug. Ze heeft zóveel zieken geholpen en verpleegt. Ze voelt zich vreselijk moe. Haar voeten doen pijn van het vele heen en weer lopen. Zo, ze is al een eind in de buurt. Nog een paar straten. Christine loopt met die gedachte nog een beetje sneller. Ze snelt de hoek om, maar.... wat ziet en hoort ze daar!? Ze ziet een vrouw zitten, een meisje eigenlijk nog, op de grond, ze is waarschijnlijk flauw gevallen en ze heeft een kindje bij zich, en dat huilt.
Meteen wordt het zustergevoel in Christine wakker. Ze gaat naar het meisje toe, en hurkt bij haar neer. Voorzichtig neemt ze het kindje van haar rug, en legt het meisje op haar rug op straat. Op het eerste gezicht ziet ze het al; het meisje is heel erg ziek. Maar het kindje mankeert, behalve dat het erg mager is, zo te zien niets. Het kindje is opgehouden met huilen, en kijkt Christine met grote ogen aan. Ze denkt: 'Wat een schatje', en op dat moment kreunt het meisje. Ze komt half overeind, en tast naar het kind. Groot is haar schrik als ze die niet voelt, 'Armando!', zegt ze zacht en tast met haar handen in het rond. Maar Christine is wit geworden. Die stém, die ként ze!! Het is Amanda! Met tranen in haar ogen neemt ze Amanda's handen in de hare. 'Amanda', zegt ze langzaam. Het is alsof het meisje uit een hele diepe put naar boven wordt getrokken. Die stem, waar heeft ze die meer gehoord?! O, ze weet het niet meer, alles is zo donker, zo zwart. Nog eens zegt Christine duidelijk Amanda's naam. Dan slaat deze haar ogen op, en antwoordt zacht: 'Christine, God is goed! Ik heb je gezocht en gevonden!' 'Is dit kindje van jouw, Amanda?', vraagt Christine dan. 'Ja', is het enige wat het verzwakte meisje nog uit kan brengen. Christine richt haar op, en hangt Armando op haar eigen rug, en zo, Amanda ondersteunend, lopen ze het kleine eindje nog naar de zendingspost. Wat zijn ze blij als ze daar aankomen. Snel wordt Amanda op een smetteloos wit bed gelegd, en al snel is ze weer voor de buitenwereld onbereikbaar. Christine zit naast haar, met Armando op haar schoot. Ze voedt het kleine ventje uit een flesje, want zijn moeder is nu niet in staat om hem te voeden. Stil ligt Armando tegen Christine aan. 't Is net alsof hij de ernst van de situatie aanvoelt; hij houdt zich zo rustig. Al snel komt de dokter, om naar Amanda te kijken. Hij onderzoekt haar, en heeft al snel de diagnose gesteld. Hij kijkt Christine aan, en vertelt haar dat Amanda lijdt aan kanker in een vergevorderd stadium. Christine zucht, en laat haar hoofd zakken. Ze kijkt naar het kleine mannetje op haar schoot. Moet dit kereltje dan al zó vroeg zijn moeder missen? Tranen vallen op Armando's hoofdje, die tegen haar borst in slaap is gevallen. 'Je weet het he Christine, daar hebben we hier geen medicijnen voor, we kunnen haar niet helpen. Menselijk gezien heeft ze nog maar kort te leven... haar leven is in God's hand.' Christine knikt weer, ze kán niets zeggen. Die lieve, lieve Amanda, nog maar zo kort te leven...
Dan laat de dokter haar weer alleen.

maandag 6 december 2010

Verhaal: 'Armando' - deel 5

Amanda heeft hard gewerkt de afgelopen weken, en nu, de eerstvolgende dinsdag is het dan zover; ze gaat naar de koopman op de markt, om het kruisje! Met Armando in de doek op haar rug geknoopt, loopt ze over de modderige weg naar het centrum. Al snel ziet ze de koopman staan. Ze haast zich erheen. Een koortje om het kruisje om haar hals te hangen, heeft ze al gevonden. 'Meneer, mag ik dát kruisje van u kopen?', bedeesd ziet Amanda de wat ruige koopman aan. Die merkt haar nog maar pas op, 'wat zei je, jongedaam?' Amanda herhaalt haar vraag, nu wat luider. Hij knikt, met zijn dikke vingers pakt hij het zilveren kruisje uit het doosje, en kijkt Amanda aan. Hij ziet de glinsterende, verwachtingsvolle ogen van het meisje en zegt vriendelijk; 'Deze bedoel je? Kom maar even hier, dan zal ik het je om doen'. Hij vist een zilver kettinkje van zijn kraam, en doet daar het kruisje aan. 'Maar meneer, dáár heb ik geen geld voor, ik kan alleen het kruisje betalen', schrikt Amanda, als ze dat ziet. 'Nee, dit kettinkje krijg je van mij erbij, anders komt dat mooie kruisje niet zo goed uit, nietwaar!?' Amanda krijgt een kleur van blijdschap, en snel loopt ze naar de koopman toe. Deze houdt het kettinkje al voor zich uit, om het rond de smalle hals van Amanda te doen. Als ze het om heeft, houdt hij haar een spiegeltje voor. Amanda heeft tranen in haar ogen van blijdschap, 'dank u wel, meneer!' zegt ze zacht, terwijl ze betaalt.
Als ze weg wil lopen, roept de koopman haar terug. Ze loopt terug en kijkt hem aan. 'Wil je wat voor me doen?' Amanda knikt, ja voor deze man wil ze zéker wat doen. 'Breng dan dit doosje even naar de juwelier om de hoek, hij zal je een bonnetje geven, breng dat dan naar mij terug'. Voorzichtig pakt Amanda het doosje aan. Haar beide handen omsluiten het doosje, terwijl ze weg loopt. Ze denkt er niet aan om even in het doosje te kijken. Als ze geweten had, wat er in zat, zou ze geschrokken zijn, en zou ze zorgen dat ze snél bij de juwelier kwam. In het doosje zitten namelijk 3 dure gouden ringen. Amanda levert haar kostbare vrachtje af, en de juwelier vraagt haar even te wachten. Dat doet ze. Armando begint te schreien, Amanda weet het; hij heeft honger. Het duurt lang voordat de man terug komt, en Armando gaat steeds harder huilen, maar ja, ze kan hem toch niet gaan voeden hier. Zachtjes begint ze te zingen; 'Er gaat door alle landen, een trouwe Kindervriend', dat is Armando's lievelingsversje. Nog een beetje nasnikkend luistert Armando naar zijn jonge moeder, die zingt over de hemelse Vader, die ook van haar en haar kleine, ondervoede Armando houdt. De juwelier, die in het kamertje ernaast het bonnetje aan het schrijven is, hoort Amanda zingen, en verbaasd zich erover dat het kindje stil wordt, en dat dat straatmeisje over Jezus zingt. Hij houdt even op met schrijven, en luistert naar de zuivere stem van het kleine moedertje. Als hij klaar is, en bij Amanda komt, vraagt hij; 'Geloof jij in God, omdat je over Hem zingt!?' 'Ja', is Amanda's enige en oprechte antwoord. Dan pas ziet de man het blinkende, getuigende kruisje, dat scherp afsteekt tegen Amanda's donkere, smoezelige huid. Haar donkere ogen glanzen hem tegen , als ze zegt; 'Hij helpt me altijd, Hij is altijd bij me'. 'Hoe heb je Hem leren kennen', vraagt de juwelier nieuwsgierig. En dan vertelt Amanda van Samantha, van Christine en van haar kleine Armando en van zijn liefde voor het lied 'Er gaat door alle landen, een trouwe Kindervriend'.
De juwelier is even stil. 'Maar ik heb gehoord dat Christine weer terug is in Manilla, weet je dat niet?', vraagt hij aan Amanda. Die weet niet wat ze hoort, Christine weer terug!? 'Ja, ze zit nu in het zuidelijke gedeelte van de stad, maar ik weet niet precies waar, anders kon je haar misschien bezoeken', zegt de juwelier. 'Ja, maar ik ga haar dan tóch opzoeken!', zegt Amanda enthousiast. 'Maar nu moet ik snel terug naar de koopman, want...', zegt Amanda opeens verschrikt. Even later staat ze buiten, met het bonnetje van de juwelier in haar hand. Ze haast zich terug naar de marktkoopman. Die zit al vol ongeduld op haar te wachten, maar hij wist zeker dat ze terug zou komen, ze is eerlijk, dat had ie al wel gezien. Ze overhandigt hem het bonnetje, groet hem en wil weglopen. Maar de koopman roept haar weer terug, en vraagt of ze nog eens wat voor hem wil doen. Amanda knikt. 'Hier', zegt de koopman dan, terwijl hij zijn hand ophoudt,'voor jouw, omdat je zo'n belangrijke boodschap zo eerlijk voor me gedaan hebt!' Amanda kijkt naar het geld dat ze in haar handen krijgt gestopt; het is de helft van wat ze net voor het kruisje heeft betaalt!! Ze krijgt een hoogrode kleur, en stamelt; 'Maar, maar....dat kan niet!' De koopman grijnslacht, 'ga nu maar snel', is zijn antwoord, 'en koop er maar wat van voor dat mooie jochie van je! Hoe heet hij eigenlijk?' 'Armando', is haar zachte antwoord. 'Mooie naam', vindt de koopman. Van dat geld koopt ze verder op de markt een stevige katoenen lap, om Armando in te dragen. Ze doet haar zoontje er gelijk in, en hangt hem op haar rug. Innig blij vanbinnen loopt ze de weg naar de hut. Thuisgekomen in de hut, gaat ze meteen op haar knieën, vouwt haar handen over Armando's kleine handjes, en zo danken ze God, voor alles wat ze van Hem gekregen hebben.

zaterdag 4 december 2010

Verhaal: 'Armando' - deel 4

De volgende morgen is het weer vroeg dag. Zachtjes komt Amanda overeind, maar een vlijmende pijn in haar buik doet haar weer terug op haar matje vallen. Door de schok wordt Armando wakker, en begint hij te huilen. Ze legt hem even naast zich neer, en probeert dan op te staan. Dan gaat het beter, snel pakt ze haar kindje op, en verlaat de hut, voordat moeder weer wat over haar nachtrust zegt. Ze probeert Armando stil te krijgen, maar hij is ontroostbaar. Zijn mama zucht, zo kan ze toch onmogelijk bij Leis aan komen, laat staan op straat kranten verkopen! En dan begint ze, terwijl ze haastig doorloopt, te zingen; 'Er gaat door alle landen, een trouwe Kindervriend'. Armando stopt met huilen, opent zijn oogjes en kijkt naar z'n moeder op.
De kranten liggen al gereed en Leis is nergens te zien. Als ze weer op haar plekje staat, begint ze weer zachtjes te neuriën; 'Er gaat door alle landen'. Ze ziet dat Armando's oogjes zwaar worden, en niet veel later slaapt hij.
Die dag verkoopt ze meer kranten dan anders, ze weet ook niet waarom. Als ze 's avonds bij Leis komt, en die er haar naar vraagt, weet ze dan ook geen antwoord. 'Nou', bromt hij, 'omdat je er dan zoveel verkocht hebt, krijg je vandaag een dubbel loon'. 'Dank u wel!', zegt Amanda dankbaar, ze kan het geld goed gebruiken. Ze zat nog niet echt in nood, maar ze is aan het sparen, voor iets wat ze al heel lang en heel graag wil hebben. Ze haast zich met Armando naar de hut, en als ze daar aankomt, tilt ze haar matje en deken op, en begint te graven. Al snel haalt ze een vies zakje omhoog, en daar stopt ze haar overige centen in. Maar ze haalt ze er toch nog even uit, en telt het geld, haar gezichtje krijgt een blijde glans; nog 2 weken werken, en dan heeft ze genoeg geld! Ja, want elke week staat er op dinsdag op de markt een koopman met sieraden. En die heeft daar een heel klein kruisje liggen, van écht zilver, en daar is Amanda voor aan het sparen! Elke week gaat ze kijken of het er nog ligt, en het ligt er nog steeds. Als ze voetstappen hoort, bergt ze het zakje snel op. En ja hoor, daar is moeder. Ze geeft Amanda haar brood en water aan, en Amanda reikt haar geld over. Dan is moeder weer weg, zo gaat dat meestal. Toch weet Amanda zeker dat moeder van haar houdt, al laat ze dat niet zo merken. Als ze alles op heeft, voelt ze zich opeens heel erg moe, ze strekt zich uit op haar mat onder haar deken, en valt met Armando dicht tegen zich aan in slaap.

Zo werkt Amanda nog een paar weken door, elke dag hetzelfde ritme. Met Armando gaat het goed, daar is Amanda blij om. Maar zij zelf voelt zich elke dag zwakker worden, maar dat wil ze niet voelen....

vrijdag 3 december 2010

Verhaal: 'Armando' - deel 3

Het is druk in het centrum. Amanda gaat weer op haar oude plekje staan. Algauw komt haar eerste klant. In de verte ziet ze Zaza aankomen, hij ziet haar ook al snel, en komt naar haar toe. 'Amanda! Dat is lang geleden! Wat heb je nu?', hij doet de doeken opzij en kijkt neer op de slapende Armando. 'Oh...een kind...dáárom was je er zo lang niet. Maarre...je wilt toch niet zeggen dat je hem houdt, kan je je baan kosten joh! Ik weet nog wel een plekje waar je het kunt du...', maar Zaza krijgt de kans niet om verder te praten, want opeens barst Amanda in tranen uit. Zaza schrikt, en snapt niet wat hij verkeerd heeft gedaan, verward kijkt hij Amanda aan. 'Zaza, ik hou van m'n kleine jongen, hoe kan je nu zeggen dat ik hem...', de gedachte alleen al doet het meisje weer in snikken uitbarsten. 'O, dat wist ik niet', zegt Zaza een beetje dom, 'maar wie is er nu blij met een kind, in jouw situatie!?' Ernstig kijkt ze hem aan en ze zegt; 'Ik heb hem van God gekregen, daarom ben ik zo zuinig op hem'. Zaza knikt, 'sterkte!', zegt hij alleen nog, dan draait hij zich om en loopt weg. Amanda zucht, waarom begrijpt niemand dat zij blij is met haar kleine?! O, was Christine er maar, die zou het wel begrijpen. Maar al snel worden haar gedachten verstoord, door een zakenman die zonder haar aan te kijken, haar geld aanreikt, en een krant verwacht. Snel voldoet Amanda aan zijn wensen. Na 2 uur is ze uitverkocht, en nadat ze Armando heeft gevoed, gaat ze terug naar Leis.
Zo verstrijkt de dag, en als het donker wordt, haast ze zich weer naar de hut. Daar is moeder, ze zegt; 'O, je hebt 'em bij je, ik wist al niet waar je hem gelaten had, ik dacht nog; zal ze hem niet weg doen, moest Leis je toch nog hebben met zo'n kind?!', vragend kijkt ze haar dochter aan. Deze zegt vermoeid; 'Mama, je hebt mij toch ook niet weggedaan, ik doe hem ook niet weg. En Leis vindt het goed dat ik Armando meeneem, hij weet waarom ik Armando hou, en dat weet jij toch ook!?' 'Pff, ja, dat moet van die God van je, maar als het mij geld kon schelen, dan kon die God toch even opzij hoor! Hij komt je toch ook elke avond geen eten geven, dus vindt Hij het vast goed als je het weg doet om je zelf in leven te houden'. 'Mam, Hij zorgt wel voor mijn eten, want Hij heeft er immers voor gezorgd dat ik voor Leis mag blijven werken, óók met een kind!'
Moeder is stil en loopt naar buiten, 'het kind heeft gelijk', denkt ze. Maar toch kan ze er niet bij waar ze dat geloof in die God vandaan haalt. Als die God echt zo goed zou zijn, zou Hij er toch wel voor zorgen dat Amanda het niet zo moeilijk zou hebben! Nee, zij gelooft voorlopig nog niet in die God. Ondertussen is Amanda binnen weer op haar matje gaan liggen, ze is zo moe, ze valt gelijk in slaap, terwijl ze Armando nog moet voeden. Midden in de nacht, wordt ze wakker geschud door haar moeder, 'Hou dat joch nou 'es stil, hij verpest m'n hele nachtrust met z'n gejammer!'
Op hetzelfde moment voelt ze zijn kleine handjes tegen haar borsten duwen. 'Stil maar lieveling', zegt ze, zijn hoofdje strelend. Ze doet haar kleding opzij, en terwijl Armando nog nasnikkend vertroosting vindt in haar warme melk, begint ze zachtjes voor hem te zingen...

'Er gaat door alle landen,
een trouwe Kindervriend,
geen oog kan hem aanschouwen,
maar Hij, ziet íeder kind,
de hemel is zijn vaderland,
hij is des Heeren afgezant.

Voor kinderen, groot en kleine
is Hij de trouwe Heer,
Hij hoort naar hun gebedjes
en redt hen keer op keer,
ook als zij slapen in de nacht
houdt Hij over hen getrouw de wacht'.

Amanda voelt hoe hij weer rustig wordt. Terwijl ze zingt, strelen haar warme handen Armando's smalle ruggetje. Al snel valt hij weer in slaap...

donderdag 2 december 2010

Verhaal: 'Armando'- deel 2

Amanda wordt wakker van een klagelijk huilgeluidje, en iets dat beweegt in haar armen. En dan realiseert ze het zich weer; ze heeft een kindje! Ze kijkt tussen de doeken en ziet dat Armando's gezichtje al helemaal nat is van zijn tranen. Hij heeft natuurlijk honger! Snel legt ze hem aan de borst en dan is hij stil. Opnieuw vouwt ze haar handen en dankt haar Vader in de hemel, die haar dit kleine wondertje gegeven heeft. Als Armando genoeg heeft, valt hij weer in slaap. Maar Amanda kan niet meer slapen, ze moet er weer op uit, anders heeft ze geen eten vanavond. Voorzichtig pakt ze Armando op, en knoopt hem in een doek, die ze voor haar borst hangt. Moeizaam staat ze op; haar rug doet pijn, maar ze moet doorzetten, voor Armando en voor haarzelf. Ze kruipt de hut uit; en gaat op weg naar het centrum van Manilla. Voor ze zwanger raakte, werkte ze regelmatig bij een man, waarvoor ze krantjes moest verkopen, maar toen ze zwanger raakte, zei Leis: 'Kom maar terug als je er van af bent.' Ze had nog geprobeerd, of ze toch niet mocht blijven; want juist nú had ze het geld zo hard nodig, maar de man was niet te vermurwen. Toch werkte ze altijd goed voor hem, altijd gaf ze trouw al haar verdiende geld af, terwijl er zoveel zijn die vaak wat achterhouden. Dat wist Leis wel, maar een zwanger meisje moest hij toch niet hebben.
Toch wel een beetje gespannen, stapt Amanda het donkere, vunzige pand binnen. Gelijk komt Viza, het straathondje van Leis naar haar toe. 'Die is in elk geval blij dat ik weer terug ben', denkt Amanda. Leis staat met zijn rug naar haar toe, kranten op te stapelen. 'Ben je nu pas terug Zaza, volgende keer sneller', bromt hij. 'Ik ben Zaza niet, ik ben Amanda', zegt ze bedeesd, en zachtjes loopt ze naar hem toe. Met een ruk draait Leis zich om, 'Amanda! Ik dacht dat je nooit meer zou komen, ik ben blij dat je terug bent, maar...', abrupt stopt Leis met praten, als hij het bundeltje op Amanda's buik ziet. 'Héb je het kind nog? Joh, leg het toch op straat, wees blij dat je er van af bent, 't is je zo tot last, je bent nog zo jong', bijna vaderlijk kijkt hij haar aan. Amanda krijgt tranen in haar ogen bij het horen van die woorden. 'Maar Leis', zegt ze hem door haar tranen aankijkend, 'God heeft hem gemaakt en aan mij gegeven, dan mag ik hem toch niet zomaar weg doen, ik moet juist goed voor hem zorgen', terwijl ze het zegt doet ze de doeken een beetje opzij, en zegt; 'Kijk nou Leis, als jíj nou zo'n kereltje van jezelf had, zou je het dan ook om laten komen?' Leis doet een stap dichterbij en kijkt tussen de doeken. Twee grote bruine oogjes kijken hem als het ware smekend aan. Hij kijkt weer naar Amanda, en ziet haar smekende blik. Hij legt zijn hand op haar smalle schouder en zegt; 'Ik waardeer je moed, je mag komen werken.... ook al heb je nu een kind...' Amanda glimlacht; 'Dankjewel Leis. God heeft m'n gebed verhoort!' Leis fronst zijn voorhoofd. 'Ja', zegt Amanda, 'ik had God gevraagd of Hij ervoor wou zorgen dat u me weer aan zou nemen, óók met Armando. En m'n gebed is verhoord'. Leis knikt. 'Wonderlijk meisje ben jij....van die god mag je ook niet liegen zeker, geef je daarom soms als enige altijd zo netjes je geld af?' Amanda knikt. 'Dan wilde ik maar dat iedereen in jouw god geloofde, dat zou mij een hoop geld schelen', en met die woorden draait hij zich om, om een bundel kranten te pakken, die hij overgeeft aan Amanda. Daarmee beschouwt hij het gesprek als beëindigd. Amanda draait de doeken met Armando erin op haar rug, en met de bundel kranten in haar armen verlaat ze het pand...

woensdag 1 december 2010

Verhaal: 'Armando' - deel 1

Ze kreunt zacht. Haar hele lichaam doet pijn. Langzaam komt ze overeind, en pakt haar pas geboren kind in haar armen. Het is een jongetje. Armando-Jedidjah noemt ze hem. 'Jedidjah', betekent 'God heeft hem lief'. Zachtjes kust ze zijn donkere hoofdje. Het kindje opent zijn oogjes en kijkt zijn mama aan. Amanda is ontroerd. Amanda is nu pas 16 jaar, en 2 jaar terug was ze op dezelfde manier zwanger geraakt, ach, ze móést wel, om aan wat geld te komen, gaf ze haar lichaam wel eens weg, dat zorgde ervoor dat ze weer een week kon eten, diep in haar hart vond ze het vreselijk, maar de honger dreef haar tot het uiterste. Toen was ze ook zwanger geraakt, en was Samantha geboren, maar ze had maar 3 weken geleefd, Amanda kon haar niet in leven houden, ze kon haar geen borstvoeding geven.
En nu... is haar kleine Armando geboren. Ze houdt nu al veel van hem en neemt zich voor om voor hem te vechten. Ze ziet het wel; zijn kleine lichaampje is nu al uitgeteerd, en zo dun... Ze staat op, veegt Armando een beetje schoon en wikkelt hem in doeken. Zijn grote bruine ogen kijken haar aan. Ze loopt om de berg vuilnis heen waartussen haar Armando geboren werd, op weg naar de hut van haar moeder. Daar aangekomen kruipt ze op haar knieën tussen de dozen en golfplaten door, tot ze bij haar moeder komt. Die kijkt haar aan. Ze ziet de vermoeide blik in de ogen van Amanda, en het bundeltje in haar armen. 'Heb je weer wat?', zegt ze. Amanda knikt. Ze wist dat haar moeder zo zou reageren, die ziet een kind alleen maar als een last, maar zij, zíj houdt van haar kleine Armando! Demonstratief klemt ze haar kleintje tgen zich aan, al wil ze hem beschermen tegen de geërgerde ogen van haar moeder. De 'vader' ziet ze toch nooit meer. Ze zoekt haar matje, haar slaapplaats op, en rolt zich op, onder haar oude, geruite deken, met Armando in haar armen. Dan vouwt ze haar handen, zoals ze dat van Christine geleerd heeft. Christine.... wat jammer dat zij hier niet meer is. Christine was een zendelinge, die in Manilla gewerkt had. Ze had Amanda zo goed bijgestaan, toen ze was bevallen van Samantha en haar 3 weken later weer moest verliezen. Christine had Amanda over Jezus verteld, en haar leren bidden, toen ze het zo moeilijk had met het verlies van haar kindje. Ze had Amanda een gedeelte van de Bijbel gegeven; het Nieuwe Testament. Daar leest Amanda nu elke dag in. En nu zal ze samen met haar kindje Hem danken, voor dit kostbare geschenk. Hij heeft haar gebed verhoord. Dan valt ze in een rustige, wel verdiende slaap...