Het is ongeveer 4 jaar later. Armando is nu 5 jaar. Hij woont nog steeds bij zijn oma. In de hut. In Manilla. Op de vuilnisbelt. Oma heeft hem al heel veel vertelt over mama, van haar zorg voor hem, haar geloof in Jezus en haar sterven. 'En', zei oma, 'dat kruisje aan het kettinkje aan je hals, daar moet je heel zuinig op zijn, dat heb je van mama gekregen'. En geloof maar dat Armando er zuinig op is! Pas trok Kyle er nog aan, en zei hij dat hij het gek vond, maar Armando zei dat het helemaal niet gek was, en dat hij dat van mama gehad had, en dat dat betekent dat hij Jezus geloofd. Oma heeft hem, Armando, leren bidden, en vertelt hem altijd hele mooie verhalen uit de Bijbel, over Jezus. En tante Christine kan nóg mooier vertellen, maar dat is al een jaar geleden dat hij haar gezien heeft, dat is wel jammer. Zij heeft mama ook gekend, en ze zei dat zijn mama en hele lieve mama was. Armando vindt het zó jammer, dat mama al bij Jezus is. Hij wil haar ook zo graag kennen. Hij bidt wel eens tot God of mama nog eventjes terug mag komen. Dat heeft hij wel eens aan tante Christine verteld. Maar zij zei dat Jezus wel naar hem luisterde, maar hem niet zijn mama terug kan geven, want mama is immers al in de hemel. Dus moet hij dat maar niet meer vragen. Dat vraagt Armando nu niet meer. Nu vraagt hij altijd, elke avond, aan Jezus, of hij ook gauw in de hemel mag komen...
Het is dinsdag. Armando slentert met Kyle door Manilla. Ze zoeken eten, want ze hebben honger. Langzamerhand komen ze bij de markt aan. Ze slenteren langs de kraampjes. Opeens horen ze een hoop geschreeuw. Een man komt hard aanhollen, met een man achter zich aan met een rood hoofd. Een dief! Armando ziet de dief op zich afkomen, en bedenkt zich geen ogenblik. Stélen! Dat mag niet van God! Hij moet helpen om die dief te pakken! Eerst gaat hij aan de kant, maar als de man vlak bij is, steekt hij snel z'n voet uit. De dief valt, met de woedende man die achter hem loopt over hem heen. 'Nú heb ik je! Lelijke dief!', hijgt zijn achtervolger boos, terwijl hij de man stevig in zijn dikke nek pakt. Deze kreunt, en probeert onder het zware gewicht vandaan te komen, maar dat lukt niet, want imiddels zijn er nog een paar marktverkopers bij gekomen, de sieraden worden de dief snel afgenomen, en onder het gehoon van de verkopers kiest hij snel het hazepad. Nog nahijgend van het harde lopen kijkt de koopman de jongens aan. Eerst Kyle, en dan Armando. Dan valt zijn oog op Armando's kettinkje. Ze zien zijn gedachten rondtollen. 'Hoe heet jij?', vraagt de koopman gespannen aan Armando. 'Ik heet Armando', antwoordt het jongetje rustig. 'Waar is je moeder?', is zijn volgende vraag. 'Mama, die is in de hemel, bij Jezus'. 'Wil je even met me meekomen?', vraagt de koopman aan Armando. Ze lopen achter hem aan naar zijn kraampje. De koopman legt de sieraden terug, en vertelt dan aan Armando over zijn moeder, over haar eerlijkheid en haar zorg voor hem, Armando, haar kind. 'Maar hoe wist u dan dat ik Armando was!?' vraagt Armando nog steeds een beetje verbaasd. 'Ik zag je kettinkje met het kruisje eraan, ik was je moeder nooit vergeten, en ik wist gelijk dat jij Armando moest zijn'. Armando knikt. De koopman poetst zijn kettinkje nog eens op, en dan gaan ze. Armando moet de koopman beloven nog eens langs te komen, en dat doet hij graag. Van het geld dat hij van de kooopman krijgt, koopt hij eten voor hemzelf en Kyle, en voor oma.
Als Armando thuis komt in de hut, is oma er niet. Armando wrijft over zijn te dikke buikje. Hij heeft honger, waarom is oma er nu niet? Hij legt de bananen, die hij van het geld van de koopman heeft gekocht, in de hut, en gaat weer naar buiten, om te kijken of hij oma toch niet ergens ziet. Maar nee, nérgens ziet hij oma. Een beetje verdrietig loopt hij terug naar de hut, hij had haar zo graag willen verrassen met de bananen, en nu is ze nergens! Als hij bij de hut aankomt, wil hij de flap optillen om naar binnen te gaan. Op hetzelfde moment schiet er een schim aan hem voorbij, die heel hard wegrent, met iets in zijn armen. Armando staat stokstijf van schrik, maar dan beseft hij dat die jongen zijn bananen jat!! Zijn hartje krimpt in één, dat iemand zo gemeen kan zijn! Tranen branden achter zijn ogen. Er is geen boosheid, alleen verdriet, omdat hij nu zijn bananen kwijt is, waar hij oma mee wilde verrassen maar ook omdat die jongen steelt, en daar doet hij God verdriet mee.
Armando gaat naar binnen en knielt midden in het hutje neer; 'Here, U hebt gezien hoe die jongen net m'n bananen heeft gestolen, dat is erg, wilt U hem vergeven, en zorgen dat oma gauw thuiskomt!?' Zijn kinderlijk vertrouwen wordt niet beschaamd, want even later stapt oma al binnen. Als Armando het allemaal vertelt heeft, strijkt om hem over zijn hoofd, en zegt:'Ja Armando, het is jammer van die lekkere bananen, maar het is goed dat je voor de dief gebeden hebt, dat deed Jezus óók aan het kruis, dat verhaal ken je wel he?' Armando knikt. Het doet hem goed dat oma zo praat. Maar 't is tóch jammer van die bananen! Hij had er juist zo'n zin in...!
1 opmerking:
zo he hoeveel delen komen er nog..ik blijf het volgen!
Een reactie posten