zaterdag 11 december 2010

Verhaal: 'Armando' - deel 10

Manilla wordt geteisterd door een besmettelijke ziekte. Er is nood in de stad! Want door deze ziekte is de handel, de voedseltoevoer, sterk afgenomen. Op de markt, waar anders tientallen kraampjes stonden, staan er nu nog een stuk of 7. En wíl je dan wat hebben, dan moet je al bijna een dag van te voren al gaan staan, want de koopmannen zijn in 5 minuten uitverkocht. Armando struint de vuilnisbelten af, maar daar is nu nog veel minder te vinden dan anders. Het jochie is niet veel anders dan vel over bot, een groot hoofd met grote bruine ogen, en een bolle buik van ondervoeding. De honger knaag aan zijn ingewanden. Er zijn al heel veel mensen gestorven. Hun buurvrouw ook al, en nu neemt Armando elke dag hun 3 jarig zoontje mee als hij op eten uit gaat, en samen delen ze alles. Met oma gaat het ook zo slecht, ze geeft zoveel mogelijk eten aan Armando, maar die wil dat niet altijd.
Op een dag, strompelt Armando weer met Raja, zijn buurjongetje, over de vuilnisbelt. Ze zien dat er weer nieuw afval bij is gestort, en daar is nog niemand bij geweest. Zo snel als hun magere benen hun maar dragen kunnen, hollen ze er heen. Als ze er aan komen, beginnen ze meteen te graven. Na één minuut zakt Raja al uitgeput neer; en hij heeft nog niets gevonden. Armando is ook al moe, maar verwoed zoekt hij verder. Ah! Daar heeft hij wat! Triomfantelijk vist hij een half verrotte koolstronk van tussen de troep. Hij breekt hem eerlijk in tweeën, en geeft Raja de ene helft. Zelf steekt hij de andere helft in zijn mond, het laatste stukje bewaart hij voor oma. Hij tilt Raja op, en loopt met hem naar de beek die door de vuilnisbelt stroomt en laat hem drinken, zelf heeft hij ook dorst. Dan keren ze terug en zoeken nog even verder. Raja vindt nog een beschimmelde worst, die hij zorgvuldig onder z'n kleren verbergt. Dan gaan ze terug. Oma is blij met het stukje kool! Nadat de schimmel een beetje van de worst is verwijderd, smaakt die ook best lekker.

Met Raja gaat het snel achteruit. Na een week is hij al zo zwak geworden dat hij niet meer mee kan met Armando om voedsel te zoeken. Elke avond bezoekt Armando zijn kleine vriend trouw en neemt altijd wat voor hem mee, maar Armando's trouwe zorg mag niet baten; na 4 dagen overlijdt Raja. Armando moet hem alleen begraven, want oma kan de hut ook al niet meer uit. Als Armando het gat heeft dichtgestopt, moet hij toch huilen. Zijn jonge hartje wordt verscheurd door verdriet, om het verlies van zijn kleine vriend, Raja was voor hem als een broertje geworden. Zijn tranen vallen op de omgewoelde aarde die Raja in zich verbergt. Armando schreeuwt zijn verdriet uit en werpt zich op de vochtige aarde en de kreten van zijn grote verdriet weerklinken over de grote vuilnisbelt. Maar behalve de echo, blijft het stil. Akelig stil. Met het hoofd op zijn armen blijft het jochie snikkend liggen. Maar als hij hoort dat er andere kinderen komen, staat hij snel op, en klopt de rode aarde van zijn lichaam en kleren. Nog één keer werpt hij een blik op het plekje waar hij Raja weet, en dan loopt hij zo hard hij kan weg. Buiten adem gooit hij zijn lichaam neer op zijn matje in de hut. Oma zegt niets, ze begrijpt hem wel. Ze ziet zijn roodbehuilde ogen en zijn besmeurde handen en gezichtje. 'Raja is nu bij de Here, Armando, daar zal hij geen honger of pijn en geen verdriet meer hebben', zegt ze zacht. Als oma dat zegt begint hij weer te huilen. Gierend en met lange uithalen, heel zijn smalle lichaampje schokt. Troostend trekt oma hem naar zich toe en tegen haar borst mag hij uithuilen, tot hij uiteindelijk in slaap valt...

Geen opmerkingen: