Amanda heeft hard gewerkt de afgelopen weken, en nu, de eerstvolgende dinsdag is het dan zover; ze gaat naar de koopman op de markt, om het kruisje! Met Armando in de doek op haar rug geknoopt, loopt ze over de modderige weg naar het centrum. Al snel ziet ze de koopman staan. Ze haast zich erheen. Een koortje om het kruisje om haar hals te hangen, heeft ze al gevonden. 'Meneer, mag ik dát kruisje van u kopen?', bedeesd ziet Amanda de wat ruige koopman aan. Die merkt haar nog maar pas op, 'wat zei je, jongedaam?' Amanda herhaalt haar vraag, nu wat luider. Hij knikt, met zijn dikke vingers pakt hij het zilveren kruisje uit het doosje, en kijkt Amanda aan. Hij ziet de glinsterende, verwachtingsvolle ogen van het meisje en zegt vriendelijk; 'Deze bedoel je? Kom maar even hier, dan zal ik het je om doen'. Hij vist een zilver kettinkje van zijn kraam, en doet daar het kruisje aan. 'Maar meneer, dáár heb ik geen geld voor, ik kan alleen het kruisje betalen', schrikt Amanda, als ze dat ziet. 'Nee, dit kettinkje krijg je van mij erbij, anders komt dat mooie kruisje niet zo goed uit, nietwaar!?' Amanda krijgt een kleur van blijdschap, en snel loopt ze naar de koopman toe. Deze houdt het kettinkje al voor zich uit, om het rond de smalle hals van Amanda te doen. Als ze het om heeft, houdt hij haar een spiegeltje voor. Amanda heeft tranen in haar ogen van blijdschap, 'dank u wel, meneer!' zegt ze zacht, terwijl ze betaalt.
Als ze weg wil lopen, roept de koopman haar terug. Ze loopt terug en kijkt hem aan. 'Wil je wat voor me doen?' Amanda knikt, ja voor deze man wil ze zéker wat doen. 'Breng dan dit doosje even naar de juwelier om de hoek, hij zal je een bonnetje geven, breng dat dan naar mij terug'. Voorzichtig pakt Amanda het doosje aan. Haar beide handen omsluiten het doosje, terwijl ze weg loopt. Ze denkt er niet aan om even in het doosje te kijken. Als ze geweten had, wat er in zat, zou ze geschrokken zijn, en zou ze zorgen dat ze snél bij de juwelier kwam. In het doosje zitten namelijk 3 dure gouden ringen. Amanda levert haar kostbare vrachtje af, en de juwelier vraagt haar even te wachten. Dat doet ze. Armando begint te schreien, Amanda weet het; hij heeft honger. Het duurt lang voordat de man terug komt, en Armando gaat steeds harder huilen, maar ja, ze kan hem toch niet gaan voeden hier. Zachtjes begint ze te zingen; 'Er gaat door alle landen, een trouwe Kindervriend', dat is Armando's lievelingsversje. Nog een beetje nasnikkend luistert Armando naar zijn jonge moeder, die zingt over de hemelse Vader, die ook van haar en haar kleine, ondervoede Armando houdt. De juwelier, die in het kamertje ernaast het bonnetje aan het schrijven is, hoort Amanda zingen, en verbaasd zich erover dat het kindje stil wordt, en dat dat straatmeisje over Jezus zingt. Hij houdt even op met schrijven, en luistert naar de zuivere stem van het kleine moedertje. Als hij klaar is, en bij Amanda komt, vraagt hij; 'Geloof jij in God, omdat je over Hem zingt!?' 'Ja', is Amanda's enige en oprechte antwoord. Dan pas ziet de man het blinkende, getuigende kruisje, dat scherp afsteekt tegen Amanda's donkere, smoezelige huid. Haar donkere ogen glanzen hem tegen , als ze zegt; 'Hij helpt me altijd, Hij is altijd bij me'. 'Hoe heb je Hem leren kennen', vraagt de juwelier nieuwsgierig. En dan vertelt Amanda van Samantha, van Christine en van haar kleine Armando en van zijn liefde voor het lied 'Er gaat door alle landen, een trouwe Kindervriend'.
De juwelier is even stil. 'Maar ik heb gehoord dat Christine weer terug is in Manilla, weet je dat niet?', vraagt hij aan Amanda. Die weet niet wat ze hoort, Christine weer terug!? 'Ja, ze zit nu in het zuidelijke gedeelte van de stad, maar ik weet niet precies waar, anders kon je haar misschien bezoeken', zegt de juwelier. 'Ja, maar ik ga haar dan tóch opzoeken!', zegt Amanda enthousiast. 'Maar nu moet ik snel terug naar de koopman, want...', zegt Amanda opeens verschrikt. Even later staat ze buiten, met het bonnetje van de juwelier in haar hand. Ze haast zich terug naar de marktkoopman. Die zit al vol ongeduld op haar te wachten, maar hij wist zeker dat ze terug zou komen, ze is eerlijk, dat had ie al wel gezien. Ze overhandigt hem het bonnetje, groet hem en wil weglopen. Maar de koopman roept haar weer terug, en vraagt of ze nog eens wat voor hem wil doen. Amanda knikt. 'Hier', zegt de koopman dan, terwijl hij zijn hand ophoudt,'voor jouw, omdat je zo'n belangrijke boodschap zo eerlijk voor me gedaan hebt!' Amanda kijkt naar het geld dat ze in haar handen krijgt gestopt; het is de helft van wat ze net voor het kruisje heeft betaalt!! Ze krijgt een hoogrode kleur, en stamelt; 'Maar, maar....dat kan niet!' De koopman grijnslacht, 'ga nu maar snel', is zijn antwoord, 'en koop er maar wat van voor dat mooie jochie van je! Hoe heet hij eigenlijk?' 'Armando', is haar zachte antwoord. 'Mooie naam', vindt de koopman. Van dat geld koopt ze verder op de markt een stevige katoenen lap, om Armando in te dragen. Ze doet haar zoontje er gelijk in, en hangt hem op haar rug. Innig blij vanbinnen loopt ze de weg naar de hut. Thuisgekomen in de hut, gaat ze meteen op haar knieën, vouwt haar handen over Armando's kleine handjes, en zo danken ze God, voor alles wat ze van Hem gekregen hebben.
1 opmerking:
Prachtig, ik krijg steeds weer kippevel als ik het vervolg lees....
Een reactie posten