Als ze de volgende dag wakker wordt, voelt ze een rare bobbel in haar buik. Het doet een beetje pijn. Goed, opschieten maar. Snel gaat ze naar Leis. Die ontvangt haar hartelijk, hij is een een goed humeur. Ze neemt haar kranten op haar arm, en vraagt aan Leis of ze misschien wat eerder mag stoppen vandaag. Dat mag. Blij verlaat ze het pand. 't Is alsof de mensen het weten dat ze haar kranten snel kwijt wil, en ze haar dwars willen zitten, want na 2 uur heeft ze nog maar 3 kranten verkocht... Armando begint te woelen en draaien op haar rug, en Amanda krijgt steken in haar buik. Ze krijgt ook steeds warmte-aanvallen. Ze voelt zich beroerd. Als het middag is, gaat ze met haar overige kranten weer terug naar Leis. Die is gelukkig niet boos. 'Wilde de verkoop niet vlotten?', vraagt hij vriendelijk. Mistroostig schudt Amanda haar hoofd. 'Ga maar snel naar huis', probeert Leis haar te troosten. Ze knikt, en verlaat langzaam sloffend het pand. Eigenlijk voelt ze zich te beroerd om Christine te gaan zoeken. Maar ze móét, ze had er zo naar uitgekeken! Ze voedt haar zoontje en gaat op pad, naar het zuidelijke gedeelte van de stad Manilla, waar Christine zich zou moeten bevinden....
Haastig loopt een oudere vrouw door de vieze, schemerige straatjes van Manilla. Ze heeft haast, want ze zou rond etenstijd op de zendingspost zijn! En ze moet zeker nog een kwartier door Manilla lopen. Ze heeft een drukke dag achter de rug. Ze heeft zóveel zieken geholpen en verpleegt. Ze voelt zich vreselijk moe. Haar voeten doen pijn van het vele heen en weer lopen. Zo, ze is al een eind in de buurt. Nog een paar straten. Christine loopt met die gedachte nog een beetje sneller. Ze snelt de hoek om, maar.... wat ziet en hoort ze daar!? Ze ziet een vrouw zitten, een meisje eigenlijk nog, op de grond, ze is waarschijnlijk flauw gevallen en ze heeft een kindje bij zich, en dat huilt.
Meteen wordt het zustergevoel in Christine wakker. Ze gaat naar het meisje toe, en hurkt bij haar neer. Voorzichtig neemt ze het kindje van haar rug, en legt het meisje op haar rug op straat. Op het eerste gezicht ziet ze het al; het meisje is heel erg ziek. Maar het kindje mankeert, behalve dat het erg mager is, zo te zien niets. Het kindje is opgehouden met huilen, en kijkt Christine met grote ogen aan. Ze denkt: 'Wat een schatje', en op dat moment kreunt het meisje. Ze komt half overeind, en tast naar het kind. Groot is haar schrik als ze die niet voelt, 'Armando!', zegt ze zacht en tast met haar handen in het rond. Maar Christine is wit geworden. Die stém, die ként ze!! Het is Amanda! Met tranen in haar ogen neemt ze Amanda's handen in de hare. 'Amanda', zegt ze langzaam. Het is alsof het meisje uit een hele diepe put naar boven wordt getrokken. Die stem, waar heeft ze die meer gehoord?! O, ze weet het niet meer, alles is zo donker, zo zwart. Nog eens zegt Christine duidelijk Amanda's naam. Dan slaat deze haar ogen op, en antwoordt zacht: 'Christine, God is goed! Ik heb je gezocht en gevonden!' 'Is dit kindje van jouw, Amanda?', vraagt Christine dan. 'Ja', is het enige wat het verzwakte meisje nog uit kan brengen. Christine richt haar op, en hangt Armando op haar eigen rug, en zo, Amanda ondersteunend, lopen ze het kleine eindje nog naar de zendingspost. Wat zijn ze blij als ze daar aankomen. Snel wordt Amanda op een smetteloos wit bed gelegd, en al snel is ze weer voor de buitenwereld onbereikbaar. Christine zit naast haar, met Armando op haar schoot. Ze voedt het kleine ventje uit een flesje, want zijn moeder is nu niet in staat om hem te voeden. Stil ligt Armando tegen Christine aan. 't Is net alsof hij de ernst van de situatie aanvoelt; hij houdt zich zo rustig. Al snel komt de dokter, om naar Amanda te kijken. Hij onderzoekt haar, en heeft al snel de diagnose gesteld. Hij kijkt Christine aan, en vertelt haar dat Amanda lijdt aan kanker in een vergevorderd stadium. Christine zucht, en laat haar hoofd zakken. Ze kijkt naar het kleine mannetje op haar schoot. Moet dit kereltje dan al zó vroeg zijn moeder missen? Tranen vallen op Armando's hoofdje, die tegen haar borst in slaap is gevallen. 'Je weet het he Christine, daar hebben we hier geen medicijnen voor, we kunnen haar niet helpen. Menselijk gezien heeft ze nog maar kort te leven... haar leven is in God's hand.' Christine knikt weer, ze kán niets zeggen. Die lieve, lieve Amanda, nog maar zo kort te leven...
Dan laat de dokter haar weer alleen.
2 opmerkingen:
Wat een verhaal zeg. Zo knap gedaan.Ik ben benieuwd hoe t verder zal gaan.Het is leuk om een dagje na te denken over hoe het verhaal verder zou kunnen gaan...en dan morgen weer te lezen.
Pfff... bijna in tranen hier! Sandra, ik blijf het maar zeggen, maar je hebt een bijzonder talent gekregen hoor!
Een reactie posten